Skip to main content

UC-GEN-TIC-014 — Melding heropenen door beheerder

1. Kerngegevens

VeldWaarde
Usecase-IDUC-GEN-TIC-014
NaamMelding heropenen door beheerder
DomeinMeldingen
Primaire actorBeheerder
Secundaire actor(en)Systeem, meldingenservice, database
RolcontextIngelogde gebruiker met actieve beheerdercontext
Betrokken schermenSCH-BEH-02-01 — Meldingenoverzicht beheerder
Gerelateerde usecasesUC-GEN-TIC-008 — Beheerdersoverzicht meldingen bekijken; UC-GEN-TIC-009 — Melding openen als beheerder; UC-GEN-TIC-010 — Beheerder koppelen of ontkoppelen; UC-GEN-TIC-013 — Melding oplossen of sluiten; UC-GEN-TIC-015 — Melding doorzetten naar docent
Primaire entiteitenTickets, TicketReopenRequests, TicketAssignments, TicketHistory
Secundaire entiteiten / eventsTicketClosures, TicketResolutionTypes, Users, TicketReopenedByAdmin, TicketAssignmentsDeactivated, TicketStatusChanged, TicketAdminReopenFailed
Gerelateerde popupsPOP-GEN-TIC-NOT-AVAILABLE, POP-GEN-TIC-REOPEN-ADMIN, POP-GEN-TIC-REOPEN-NOT-ALLOWED, POP-GEN-TIC-REOPEN-FAILED
PopupregisterOntwerpbronnen — Popup-register
MoSCoWMust have

2. Omschrijving

Een beheerder heropent een gesloten melding handmatig vanuit de beheerderdetailweergave. De actie is bedoeld voor uitzonderingssituaties waarin een afgesloten melding opnieuw als nieuwe behandelbare melding moet worden opgepakt door beheer.

Heropenen door beheer verschilt functioneel van heropenen door de melder. De beheerderactie is niet afhankelijk van de gebruikersgerichte heropentermijn. De beheerder moet wel bewust bevestigen dat de melding wordt heropend, omdat alle actieve beheerderkoppelingen worden ontkoppeld en de melding opnieuw de hoofdstatus New krijgt. De reden van heropenen is verplicht en wordt formeel vastgelegd in TicketReopenRequests met RequestSource = Admin.

Na succesvolle heropening blijft de eerdere sluitregistratie in TicketClosures historisch beschikbaar, maar deze is niet langer de actuele behandelstatus van de melding. De melding krijgt opnieuw status Nieuw en kan daarna via UC-GEN-TIC-010 opnieuw aan een beheerder worden gekoppeld voordat inhoudelijke externe beheercommunicatie, oplossen, sluiten of doorzetten plaatsvindt.

Deze usecase maakt geen nieuwe melding aan, verwijdert geen eerdere oplossing, wijzigt geen eerdere sluitregistratie en maakt geen los fysiek discussiebericht aan voor de heropenreden. De heropenreden mag in de beheerderdetailweergave wel als intern tijdlijn- of discussieachtig item worden weergegeven op basis van TicketReopenRequests en/of TicketHistory.

3. Scope

Deze usecase beschrijft:

  • het tonen van de beheeractie Heropen bij een gesloten melding;
  • het openen van een bevestigingspopup met verplichte reden van heropenen;
  • het expliciet waarschuwen dat actieve beheerderkoppelingen worden ontkoppeld en de melding opnieuw status Nieuw krijgt;
  • het controleren dat de beheerder bevoegd is;
  • het controleren dat de melding bestaat, beschikbaar is en gesloten is;
  • het vastleggen van een formeel heropenverzoek in TicketReopenRequests met RequestSource = Admin;
  • het vastleggen van PreviousClosureId wanneer de heropening betrekking heeft op een eerdere sluitregistratie;
  • het ontkoppelen van actieve TicketAssignments bij de melding;
  • het wijzigen van Tickets.Status naar New;
  • het vastleggen van minimaal aparte auditregels voor heropenen en voor het ontkoppelen van actieve beheerders;
  • het behouden van eerdere oplossingstekst, afsluitstatus en sluitregistraties als historie;
  • het blokkeren van heropenen wanneer de melding niet gesloten of niet beschikbaar is;
  • transactionele foutafhandeling.

Deze usecase beschrijft niet:

  • het heropenen door de melder binnen de heropentermijn;
  • het automatisch definitief sluiten na verlopen heropentermijn;
  • het opnieuw koppelen van een beheerder na heropenen;
  • het plaatsen van externe of interne berichten na heropenen;
  • het opnieuw oplossen of sluiten na heropenen;
  • het doorzetten naar docent;
  • het beheer van popupteksten, systeemberichtsjablonen of seeddata;
  • het aanmaken van een nieuw Tickets-record;
  • het wijzigen of verwijderen van bestaande TicketClosures-records;
  • het aanmaken van een systeembericht voor de melder.

4. Pre-condities

IDVoorwaarde
PRE-001De beheerder is ingelogd.
PRE-002De beheerder heeft een actieve beheerdercontext.
PRE-003De meldingenfunctionaliteit is sitebreed beschikbaar.
PRE-004De beheerderdetailweergave van een melding is geopend of er is een geldige ticketreferentie beschikbaar.
PRE-005De melding bestaat als Tickets-record.
PRE-006De melding heeft backendstatus Closed.
PRE-007De beheerder mag de melding in beheercontext lezen en behandelen.
PRE-008De actie Heropen is beschikbaar voor de actuele tickettoestand.
PRE-009De beheerder kan een reden van heropenen invoeren.
PRE-010De applicatie kan heropenverzoek, assignmentontkoppeling, statuswijziging en history transactioneel verwerken.

5. Post-condities

IDResultaat
POST-001Er is een TicketReopenRequests-record aangemaakt met RequestSource = Admin.
POST-002De verplichte reden van heropenen is formeel vastgelegd op het heropenverzoek.
POST-003Wanneer een actuele of relevante eerdere sluitregistratie beschikbaar is, is PreviousClosureId vastgelegd.
POST-004Alle actieve beheerderkoppelingen bij de melding zijn gedeactiveerd of als niet langer actief gemarkeerd.
POST-005Tickets.Status is gewijzigd naar New.
POST-006De melding heeft na heropenen geen actieve beheerderkoppeling meer.
POST-007Eerdere TicketClosures, oplossingsteksten, afsluitstatussen en heropentermijnen blijven historisch beschikbaar.
POST-008In TicketHistory is minimaal een aparte actie vastgelegd voor het heropenen van de melding.
POST-009In TicketHistory is minimaal een aparte actie vastgelegd voor het ontkoppelen of resetten van actieve beheerderkoppelingen.
POST-010De beheerderdetailweergave toont de melding opnieuw als Nieuw.
POST-011Externe beheercommunicatie, oplossen/sluiten en doorzetten naar docent vereisen na heropenen eerst opnieuw een actieve beheerderkoppeling via UC-GEN-TIC-010.
POST-012Bij annuleren of fout ontstaat geen heropenverzoek, assignmentwijziging, statuswijziging of historyregel.

6. Trigger

De usecase start wanneer een beheerder in de beheerderdetailweergave van een gesloten melding de actie Heropen kiest.

7. Normale processtroom

StapActorScherm / componentActieSysteemresponsData / regel
1BeheerderBeheerdersoverzicht meldingenSelecteert een gesloten melding of heeft de beheerderdetailweergave al geopend.Het systeem toont de beheerderdetailweergave.UC-GEN-TIC-009.
2SysteemBeheerderdetailweergaveBepaalt beschikbare acties.De actie Heropen is zichtbaar of beschikbaar wanneer de melding gesloten is en de beheerder bevoegd is.Actie is toestandafhankelijk.
3BeheerderBeheerderdetailweergaveKiest Heropen.Het systeem opent de heropenbevestiging.Popup: POP-GEN-TIC-REOPEN-ADMIN.
4SysteemHeropenpopupToont waarschuwing en verplicht invoerveld.De beheerder ziet dat actieve beheerders worden ontkoppeld en dat de melding status Nieuw krijgt.Popupinhoud komt uit popupregister.
5BeheerderHeropenpopupVoert een reden van heropenen in.Het systeem houdt de invoer lokaal vast.Nog geen mutatie.
6BeheerderHeropenpopupBevestigt de heropenactie.Het systeem start server-side verwerking.Definitieve actie na bevestiging.
7SysteemMeldingenserviceControleert sessie, featurestatus en actieve beheerdercontext.Alleen een bevoegde beheerder kan doorgaan.Server-side autorisatie is leidend.
8SysteemMeldingenserviceControleert of de melding bestaat en beschikbaar is.De actuele tickettoestand wordt uit de database gelezen.Tickets.Id; objectcontrole.
9SysteemMeldingenserviceControleert of de melding gesloten is.Alleen Tickets.Status = Closed mag via deze usecase worden heropend.Geen heropenen van open melding.
10SysteemMeldingenserviceBepaalt de relevante eerdere sluitregistratie.De actuele of meest recente TicketClosures-registratie wordt gekoppeld wanneer beschikbaar.PreviousClosureId.
11SysteemMeldingenserviceValideert de reden van heropenen.Alleen niet-lege, veilige invoer wordt verwerkt.Verplicht veld; sanitizing/encoding.
12SysteemDatabaseStart transactionele verwerking.De heropenactie wordt atomair verwerkt.Geen gedeeltelijke mutatie.
13SysteemDatabaseMaakt TicketReopenRequests aan.Het heropenverzoek bevat ticket, actor, RequestSource = Admin, reden en optioneel PreviousClosureId.Formele bron voor heropenreden.
14SysteemDatabaseLeest actieve TicketAssignments.Het systeem bepaalt welke beheerderkoppelingen ontkoppeld moeten worden.Actieve assignments op ticket.
15SysteemDatabaseDeactiveert actieve beheerderkoppelingen.Alle actieve beheerderkoppelingen worden ontkoppeld of als niet actief gemarkeerd.Geen hard delete.
16SysteemDatabaseWijzigt de ticketstatus.Tickets.Status wordt New; laatste wijzigingsmetadata wordt bijgewerkt.Status na beheerderheropening.
17SysteemDatabaseMaakt historyregel voor heropening.TicketHistory registreert dat de beheerder de melding heeft heropend.Compacte auditlaag.
18SysteemDatabaseMaakt historyregel voor assignmentreset.TicketHistory registreert dat actieve beheerderkoppelingen zijn ontkoppeld of gereset.Aparte auditactie.
19SysteemDatabaseCommit transactie.Alle mutaties worden definitief opgeslagen.Atomiciteit.
20SysteemBeheerderdetailweergaveVerverst de detailweergave.De melding wordt opnieuw als Nieuw getoond zonder actieve beheerderkoppelingen.Vervolgactie is opnieuw koppelen via UC-GEN-TIC-010.
21BeheerderBeheerderdetailweergaveBeoordeelt vervolgactie.De beheerder kan de melding opnieuw oppakken door zichzelf of een andere beheerder te koppelen.UC-GEN-TIC-010.

8. Alternatieve en exceptionele processtromen

IDVanaf stapSituatieSysteemgedragPopup / meldingDatamutatie
ALT-0011-3De melding bestaat niet meer of kan niet veilig geladen worden.Het systeem toont een veilige niet-beschikbaarmelding.POP-GEN-TIC-NOT-AVAILABLEGeen.
ALT-0022De beheerder heeft geen actieve beheerdercontext.Het systeem weigert toegang tot beheeractie.Generieke toegang-geweigerd-afhandeling.Geen.
ALT-0032De meldingenfunctionaliteit is uitgeschakeld.Het systeem toont of gebruikt de generieke feature-onbeschikbaarafhandeling.Generieke featuremelding.Geen.
ALT-0042-3De melding is niet gesloten.Het systeem toont de actie Heropen niet of weigert de actie server-side.POP-GEN-TIC-REOPEN-NOT-ALLOWED bij poging.Geen.
ALT-0053De beheerder annuleert de bevestigingspopup.Het systeem sluit de popup en behoudt de actuele meldingstatus.Geen of popup sluit.Geen.
ALT-0065-6De reden van heropenen ontbreekt of bevat alleen whitespace.Het systeem weigert bevestigen of toont veldvalidatie.Inline validatie of POP-GEN-TIC-REOPEN-NOT-ALLOWED.Geen.
ALT-0075-6De reden bevat niet-toegestane of onveilige inhoud.Het systeem sanitizet of weigert de invoer volgens de centrale tekstregels.Inline validatie of veilige foutmelding.Geen bij weigeren; gesanitized opslag bij toegestane correctie.
ALT-0088-10De melding is na openen door een andere actie gewijzigd.Het systeem baseert zich op de actuele server-side tickettoestand en blokkeert heropenen wanneer de toestand niet meer geldig is.POP-GEN-TIC-REOPEN-NOT-ALLOWED of POP-GEN-TIC-NOT-AVAILABLE.Geen.
ALT-00910Er is geen eerdere sluitregistratie beschikbaar terwijl de status wel Closed is.Het systeem kan heropenen alleen verwerken wanneer de technische en functionele consistentie geborgd is; ontbrekende sluitcontext wordt als inconsistentie behandeld.POP-GEN-TIC-REOPEN-FAILED of beheerfout zonder technische details.Geen.
ALT-01014-15Er bestaan geen actieve beheerderkoppelingen meer.Het systeem voert de heropening uit en registreert dat de assignmentreset geen actieve koppelingen hoefde te deactiveren.Geen aparte popup.Wel TicketReopenRequests, statuswijziging en history; geen assignmentupdate.
ALT-01113Het heropenverzoek kan niet worden opgeslagen.Het systeem rolt de transactie terug.POP-GEN-TIC-REOPEN-FAILED.Geen blijvende mutatie.
ALT-01215Een actieve beheerderkoppeling kan niet worden gedeactiveerd.Het systeem rolt de volledige transactie terug.POP-GEN-TIC-REOPEN-FAILED.Geen blijvende mutatie.
ALT-01316De ticketstatus kan niet naar New worden gezet.Het systeem rolt de volledige transactie terug.POP-GEN-TIC-REOPEN-FAILED.Geen blijvende mutatie.
ALT-01417-18De historyregistratie kan niet worden aangemaakt.Het systeem rolt de volledige transactie terug, omdat audit verplicht is.POP-GEN-TIC-REOPEN-FAILED.Geen blijvende mutatie.
ALT-01512-19De beheerder klikt herhaald op bevestigen.Het systeem verwerkt maximaal één heropenactie voor dezelfde actuele gesloten toestand.Geen popup of POP-GEN-TIC-REOPEN-NOT-ALLOWED.Maximaal één heropenmutatie.
ALT-01620De beheerderdetailweergave kan na succesvolle verwerking niet direct verversen.Het systeem bewaart de brondata en toont de bijgewerkte toestand bij opnieuw laden.Generieke niet-technische foutmelding of geen popup.Heropenmutatie blijft staan.

9. Business rules

IDRegel
BR-001Alleen gebruikers met actieve beheerdercontext mogen een melding handmatig heropenen via beheerderflow.
BR-002Handmatig heropenen door beheer is alleen toegestaan voor meldingen met backendstatus Closed.
BR-003Heropenen door beheer is niet afhankelijk van de gebruikersgerichte heropentermijn.
BR-004De beheerder moet de heropenactie expliciet bevestigen.
BR-005De reden van heropenen is verplicht.
BR-006De reden van heropenen wordt formeel vastgelegd in TicketReopenRequests.
BR-007Een beheerderheropening gebruikt RequestSource = Admin.
BR-008Wanneer de heropening betrekking heeft op een eerdere sluitactie, wordt PreviousClosureId vastgelegd.
BR-009Heropenen door beheer wijzigt of verwijdert geen eerdere TicketClosures.
BR-010Eerdere oplossingstekst, afsluitstatus en sluitregistratie blijven historisch beschikbaar.
BR-011Na handmatig heropenen door beheer krijgt de melding status New.
BR-012Na handmatig heropenen door beheer mogen geen actieve beheerderkoppelingen op de melding overblijven.
BR-013Actieve beheerderkoppelingen worden bij beheerderheropening administratief gedeactiveerd en niet hard verwijderd.
BR-014In TicketHistory worden minimaal twee aparte acties vastgelegd: heropenen en ontkoppelen/resetten van actieve beheerderkoppelingen.
BR-015De heropenreden hoeft niet als los fysiek TicketDiscussionMessages-record opgeslagen te worden.
BR-016De heropenreden mag in de beheerderdetailweergave als intern tijdlijn- of discussieachtig item worden getoond op basis van TicketReopenRequests en/of TicketHistory.
BR-017De melder ziet individuele beheerderkoppelingen of ontkoppelredenen niet.
BR-018Na heropenen moet de melding opnieuw via UC-GEN-TIC-010 worden opgepakt voordat externe beheercommunicatie, oplossen/sluiten of doorzetten mogelijk is.
BR-019Handmatig heropenen door beheer maakt geen nieuwe melding aan.
BR-020Handmatig heropenen door beheer maakt geen privéberichtthread aan.
BR-021Handmatig heropenen door beheer maakt geen systeembericht aan de melder aan.
BR-022De heropenactie moet transactioneel zijn; heropenverzoek, assignmentontkoppeling, statuswijziging en history mogen niet gedeeltelijk ontstaan.

10. Datavalidatie

Veld / objectValidatie
TicketId / ticketreferentieVerplicht, geldig formaat en bestaand Tickets-record.
Actieve gebruikerMoet ingelogd zijn en actieve beheerdercontext hebben.
FeaturestatusMeldingenfunctionaliteit moet beschikbaar zijn.
Tickets.StatusMoet Closed zijn.
Beschikbaarheid meldingDe melding moet in beheercontext veilig geopend en behandeld kunnen worden.
Eerdere sluitregistratieDe relevante TicketClosures-registratie moet bepaalbaar zijn wanneer de gesloten toestand daarop gebaseerd is.
PreviousClosureIdWordt gevuld met een geldige eerdere sluitregistratie wanneer van toepassing.
Reden van heropenenVerplicht, niet leeg, niet alleen whitespace en begrensd volgens de geldende maximale tekstlengte.
RedentekstAlleen toegestane veilige tekst/opmaak is toegestaan; invoer wordt server-side gesanitized en veilig geëncodeerd.
RequestSourceMoet Admin zijn voor deze usecase.
Actieve TicketAssignmentsAlle actieve koppelingen bij de melding moeten kunnen worden bepaald en gedeactiveerd.
StatusupdateDe statuswijziging naar New moet server-side plaatsvinden binnen dezelfde transactie.
Actor bij mutatieUitvoerende beheerder moet worden vastgelegd bij heropenverzoek en history.
TijdstippenWorden server-side in UTC vastgelegd.
Transactionele verwerkingTicketReopenRequests, TicketAssignments, Tickets.Status en TicketHistory moeten consistent samen verwerkt worden.

11. Datamutaties en events

StapTypeEntiteit / eventMutatie
13CreateTicketReopenRequestsHeropenverzoek met TicketId, uitvoerende beheerder, RequestSource = Admin, reden, tijdstip en optioneel PreviousClosureId.
13EventTicketReopenedByAdminDomeinevent of afgeleide eventregistratie voor handmatig heropenen door beheer.
15UpdateTicketAssignmentsAlle actieve beheerderkoppelingen worden gedeactiveerd of als niet langer actief gemarkeerd.
15EventTicketAssignmentsDeactivatedEvent of afgeleide registratie voor assignmentreset door heropening.
16UpdateTicketsStatus wordt gewijzigd naar New; laatste wijzigingsmetadata wordt bijgewerkt.
16EventTicketStatusChangedStatusovergang naar New wordt geregistreerd.
17CreateTicketHistoryCompacte auditregel voor het heropenen van de melding.
18CreateTicketHistoryCompacte auditregel voor het ontkoppelen/resetten van actieve beheerderkoppelingen.
ALT-011 t/m ALT-014EventTicketAdminReopenFailedAlleen wanneer fout- of technische events worden geregistreerd.

12. Geen datamutaties

EntiteitReden
TicketClosuresEerdere sluitregistraties blijven historisch beschikbaar en worden niet gewijzigd of verwijderd.
TicketResolutionTypesAfsluitstatussen worden niet beheerd of aangepast.
TicketDiscussionMessagesDe heropenreden wordt formeel in TicketReopenRequests vastgelegd en niet als los fysiek discussiebericht gedupliceerd.
SystemMessagesDeze usecase maakt geen systeembericht voor de melder aan.
PrivateMessageThreads / PrivateMessagesHeropenen door beheer is geen privéberichtflow.
TicketForwardedToTeacherDoorzetten naar docent valt onder UC-GEN-TIC-015.
TicketTechnicalSnapshotsDe oorspronkelijke technische snapshot van het meldmoment blijft ongewijzigd.
Gebruikersprofiel van de melderHeropenen wijzigt geen profiel- of voorkeurgegevens.

13. State diagram — heropenen door beheerder

14. Decision flow — melding heropenen door beheerder

15. Data lifecycle diagram — beheerderheropening

16. Sequence diagrammen

16.1 Melding handmatig heropenen door beheerder

16.2 Heropenen niet toegestaan omdat melding niet gesloten is

16.3 Transactionele fout bij beheerderheropening

17. Popupverwijzingen

PopupKeyMomentVariantDoel
POP-GEN-TIC-NOT-AVAILABLEWanneer de melding niet bestaat, niet beschikbaar is of niet toegankelijk is.InfoOnlyVeilige niet-beschikbaarmelding zonder objectdetails te lekken.
POP-GEN-TIC-REOPEN-ADMINWanneer een beheerder een gesloten melding handmatig wil heropenen.InputTextareaBevestigen van de heropenactie, tonen van de waarschuwing over ontkoppeling en vragen van verplichte reden.
POP-GEN-TIC-REOPEN-NOT-ALLOWEDWanneer heropenen door beheer niet toegestaan is, bijvoorbeeld omdat de melding niet gesloten is of de toestand gewijzigd is.InfoOnlyVeilig uitleggen dat heropenen vanuit deze toestand niet mogelijk is.
POP-GEN-TIC-REOPEN-FAILEDWanneer de beheerderheropening niet transactioneel verwerkt kan worden.InfoOnlyVeilige foutmelding zonder technische details.

18. Afleiding naar Functioneel Ontwerp / Technisch Ontwerp / Software Requirements Specification

DoeldocumentAfleiding
Functioneel OntwerpBeschrijft handmatig heropenen door beheer als aparte beheeractie voor gesloten meldingen.
Functioneel OntwerpBeschrijft dat de beheerder vóór heropenen een bevestigingspopup ziet met waarschuwing dat actieve beheerderkoppelingen worden ontkoppeld en de melding status Nieuw krijgt.
Functioneel OntwerpBeschrijft dat Reden van heropenen verplicht is en formeel wordt vastgelegd.
Functioneel OntwerpBeschrijft dat na beheerderheropening status Nieuw geldt en opnieuw koppelen via beheerderassignment nodig is voor verdere inhoudelijke behandeling.
Functioneel OntwerpBeschrijft dat de heropenreden niet als los fysiek discussiebericht hoeft te worden opgeslagen, maar wel intern zichtbaar mag zijn via tijdlijn- of discussieachtige weergave.
Technisch OntwerpTechnisch Ontwerp: meldingen, tickets en beheerafhandeling, communicatie, background jobs en logging en foutafhandeling beschrijven de technische uitwerking. Beschrijft TicketReopenRequests met RequestSource = Admin, reden en optioneel PreviousClosureId uit.
Technisch OntwerpTechnisch Ontwerp: meldingen, tickets en beheerafhandeling, communicatie, background jobs en logging en foutafhandeling beschrijven de technische uitwerking. Beschrijf transactionele verwerking voor heropenverzoek, deactiveren van TicketAssignments, statuswijziging naar New en minimaal twee TicketHistory-regels.
Technisch OntwerpTechnisch Ontwerp: meldingen, tickets en beheerafhandeling, communicatie, background jobs en logging en foutafhandeling beschrijven de technische uitwerking. Beschrijf dat eerdere TicketClosures, oplossingsteksten en afsluitstatussen historisch behouden blijven.
Technisch OntwerpTechnisch Ontwerp: meldingen, tickets en beheerafhandeling, communicatie, background jobs en logging en foutafhandeling beschrijven de technische uitwerking. Beschrijf dat deze flow geen TicketDiscussionMessages, SystemMessages, PrivateMessages of nieuw Tickets-record aanmaakt.
Software Requirements SpecificationBeschrijft requirements voor beheerderautorisatie, gesloten-statuscontrole, verplichte reden, assignmentontkoppeling, status naar New, audit en transactionele consistentie.
Database-informatieControleer dat TicketReopenRequests RequestSource, reden, actor, tijdstip en PreviousClosureId kan vastleggen.
Database-informatieControleer dat TicketAssignments administratief gedeactiveerd kan worden met behoud van historie en actorinformatie.
PopupregisterNeem POP-GEN-TIC-REOPEN-ADMIN op en hergebruik POP-GEN-TIC-REOPEN-NOT-ALLOWED, POP-GEN-TIC-REOPEN-FAILED en POP-GEN-TIC-NOT-AVAILABLE.

19. SRS-trace

Deze usecase bevat geen normatieve requirementtekst. De centrale eis en acceptatiecriteria staan in de SRS; onderstaande tabel koppelt de usecase-afleiding alleen aan centrale SRS-*- en AC-*-items.

Usecase-afleidingDektUsecasecontext
REQ-UC-GEN-TIC-014-001SRS-TIC-003
SRS-ADM-001
AC-TIC-003
AC-ADM-001
Alleen gebruikers met actieve beheerdercontext toestaan om een melding handmatig te heropenen via beheerderflow
REQ-UC-GEN-TIC-014-002SRS-AUTH-001
SRS-TIC-003
SRS-ADM-002
SRS-ADM-001
AC-AUTH-001
AC-TIC-003
AC-ADM-002
AC-ADM-001
Vóór verwerking server-side controleren of de melding bestaat en door de beheerder behandeld mag worden
REQ-UC-GEN-TIC-014-003SRS-TIC-004
SRS-ADM-001
AC-TIC-004
AC-ADM-001
Handmatig heropenen door beheer alleen toestaan voor meldingen met backendstatus Closed
REQ-UC-GEN-TIC-014-004SRS-TIC-003
SRS-ADM-001
AC-TIC-003
AC-ADM-001
De actie Heropen toestandafhankelijk beschikbaar maken in de beheerderdetailweergave
REQ-UC-GEN-TIC-014-005SRS-TIC-004
AC-TIC-004
Vóór definitief heropenen POP-GEN-TIC-REOPEN-ADMIN tonen
REQ-UC-GEN-TIC-014-006SRS-REL-003
SRS-REL-006
SRS-TIC-003
SRS-ADM-001
AC-REL-003
AC-REL-006
AC-TIC-003
AC-ADM-001
In de heropenbevestiging duidelijk maken dat actieve beheerderkoppelingen worden ontkoppeld en de melding status Nieuw krijgt
REQ-UC-GEN-TIC-014-007SRS-TIC-004
AC-TIC-004
Een reden van heropenen verplicht stellen
REQ-UC-GEN-TIC-014-008SRS-AUTH-001
SRS-TIC-004
SRS-NFR-SEC-001
AC-AUTH-001
AC-TIC-004
AC-NFR-SEC-001
De reden van heropenen server-side valideren, sanitizen en veilig renderen
REQ-UC-GEN-TIC-014-009SRS-TIC-001
SRS-ADM-001
AC-TIC-001
AC-ADM-001
Bij succesvolle beheerderheropening een TicketReopenRequests-record aanmaken
REQ-UC-GEN-TIC-014-010SRS-TIC-003
SRS-ADM-001
SRS-NFR-AUD-001
AC-TIC-003
AC-ADM-001
AC-NFR-AUD-001
Bij beheerderheropening RequestSource = Admin vastleggen
REQ-UC-GEN-TIC-014-011SRS-AUTH-001
SRS-TIC-003
SRS-ADM-001
SRS-NFR-AUD-001
AC-AUTH-001
AC-TIC-003
AC-ADM-001
AC-NFR-AUD-001
De uitvoerende beheerder en het server-side UTC-tijdstip bij het heropenverzoek vastleggen
REQ-UC-GEN-TIC-014-012SRS-TIC-004
SRS-NFR-AUD-001
AC-TIC-004
AC-NFR-AUD-001
PreviousClosureId vastleggen wanneer de heropening betrekking heeft op een eerdere sluitregistratie
REQ-UC-GEN-TIC-014-013SRS-TIC-003
SRS-ADM-001
AC-TIC-003
AC-ADM-001
Eerdere TicketClosures niet wijzigen of verwijderen bij beheerderheropening
REQ-UC-GEN-TIC-014-014SRS-TIC-007
AC-TIC-007
Eerdere oplossingstekst, afsluitstatus en sluitregistratie historisch beschikbaar houden
REQ-UC-GEN-TIC-014-015SRS-TIC-003
SRS-ADM-001
AC-TIC-003
AC-ADM-001
Alle actieve beheerderkoppelingen bij de melding deactiveren bij beheerderheropening
REQ-UC-GEN-TIC-014-016SRS-TIC-003
SRS-ADM-001
AC-TIC-003
AC-ADM-001
Beheerderkoppelingen administratief deactiveren en niet hard verwijderen
REQ-UC-GEN-TIC-014-017SRS-TIC-003
SRS-ADM-001
AC-TIC-003
AC-ADM-001
Tickets.Status naar New wijzigen bij succesvolle beheerderheropening
REQ-UC-GEN-TIC-014-018SRS-TIC-003
SRS-ADM-001
AC-TIC-003
AC-ADM-001
Na heropenen voorkomen dat actieve beheerderkoppelingen op de melding actief blijven
REQ-UC-GEN-TIC-014-019SRS-TIC-004
SRS-NFR-AUD-001
AC-TIC-004
AC-NFR-AUD-001
In TicketHistory een aparte auditactie vastleggen voor het heropenen van de melding
REQ-UC-GEN-TIC-014-020SRS-REL-003
SRS-REL-006
SRS-TIC-003
SRS-ADM-001
SRS-NFR-AUD-001
AC-REL-003
AC-REL-006
AC-TIC-003
AC-ADM-001
AC-NFR-AUD-001
In TicketHistory een aparte auditactie vastleggen voor het ontkoppelen of resetten van actieve beheerderkoppelingen
REQ-UC-GEN-TIC-014-021SRS-TIC-004
AC-TIC-004
De heropenreden niet verplicht dupliceren als los fysiek TicketDiscussionMessages-record
REQ-UC-GEN-TIC-014-022SRS-TIC-004
SRS-ADM-001
SRS-NFR-AUD-001
AC-TIC-004
AC-ADM-001
AC-NFR-AUD-001
De heropenreden in beheercontext kunnen tonen op basis van TicketReopenRequests en/of TicketHistory
REQ-UC-GEN-TIC-014-023SRS-TIC-003
SRS-ADM-001
AC-TIC-003
AC-ADM-001
Na beheerderheropening vervolgacties zoals externe communicatie, oplossen/sluiten en doorzetten pas toestaan nadat opnieuw een actieve beheerderkoppeling bestaat
REQ-UC-GEN-TIC-014-024SRS-TIC-001
SRS-ADM-001
AC-TIC-001
AC-ADM-001
Bij beheerderheropening geen nieuw Tickets-record aanmaken
REQ-UC-GEN-TIC-014-025SRS-MSG-001
SRS-TIC-001
SRS-ADM-001
AC-MSG-001
AC-TIC-001
AC-ADM-001
Bij beheerderheropening geen privéberichtthread of privébericht aanmaken
REQ-UC-GEN-TIC-014-026SRS-MSG-001
SRS-TIC-001
SRS-ADM-001
AC-MSG-001
AC-TIC-001
AC-ADM-001
Bij beheerderheropening geen systeembericht aan de melder aanmaken
REQ-UC-GEN-TIC-014-027SRS-REL-003
SRS-REL-006
SRS-TIC-003
SRS-NFR-AUD-001
AC-REL-003
AC-REL-006
AC-TIC-003
AC-NFR-AUD-001
De heropenactie transactioneel uitvoeren met heropenverzoek, assignmentontkoppeling, statuswijziging en history
REQ-UC-GEN-TIC-014-028SRS-TIC-004
SRS-SHR-001
SRS-NFR-AVL-001
AC-TIC-004
AC-SHR-001
AC-NFR-AVL-001
Bij mislukte transactionele verwerking geen gedeeltelijke heropening zichtbaar maken
REQ-UC-GEN-TIC-014-029SRS-TIC-002
AC-TIC-002
Bij niet-beschikbare melding POP-GEN-TIC-NOT-AVAILABLE gebruiken
REQ-UC-GEN-TIC-014-030SRS-TIC-003
SRS-ADM-001
AC-TIC-003
AC-ADM-001
Bij niet-toegestane beheerderheropening POP-GEN-TIC-REOPEN-NOT-ALLOWED gebruiken
REQ-UC-GEN-TIC-014-031SRS-TIC-002
AC-TIC-002
Bij technische of transactionele fout POP-GEN-TIC-REOPEN-FAILED gebruiken