Skip to main content

UC-GEN-TIC-013 — Melding oplossen of sluiten

1. Kerngegevens

VeldWaarde
Usecase-IDUC-GEN-TIC-013
NaamMelding oplossen of sluiten
DomeinMeldingen
Primaire actorBeheerder
Secundaire actor(en)Melder, systeem, meldingenservice, database, berichtensysteem
RolcontextIngelogde gebruiker met actieve beheerdercontext
Betrokken schermenSCH-BEH-02-01 — Meldingenoverzicht beheerder; SCH-GEN-06-02 — Melding details
Gerelateerde usecasesUC-GEN-TIC-008 — Beheerdersoverzicht meldingen bekijken; UC-GEN-TIC-009 — Melding openen als beheerder; UC-GEN-TIC-010 — Beheerder koppelen of ontkoppelen; UC-GEN-TIC-011 — Extern bericht plaatsen; UC-GEN-TIC-006 — Oplossing accepteren; UC-GEN-TIC-007 — Melding heropenen door gebruiker; UC-GEN-TIC-014 — Melding heropenen door beheerder; UC-GEN-TIC-015 — Melding doorzetten naar docent
Primaire entiteitenTickets, TicketClosures, TicketResolutionTypes, TicketHistory
Secundaire entiteiten / eventsTicketAssignments, TicketDiscussionMessages, SystemMessages, Users, TicketResolvedOrClosedByAdmin, TicketStatusChanged, TicketSolutionAvailable, SystemMessageCreated, TicketResolveFailed
Gerelateerde popupsPOP-GEN-TIC-NOT-AVAILABLE, POP-GEN-TIC-RESOLVE-CONFIRM, POP-GEN-TIC-RESOLVE-NOT-ALLOWED, POP-GEN-TIC-RESOLVE-FAILED
PopupregisterOntwerpbronnen — Popup-register
MoSCoWMust have

2. Omschrijving

Een beheerder sluit een behandelde melding formeel af door een oplossing of sluittoelichting en een afsluitstatus vast te leggen. De formele afsluiting wordt opgeslagen in TicketClosures. De melding krijgt backendstatus Closed en wordt voor de melder gedurende de heropentermijn gebruikersgericht als Opgelost weergegeven, tenzij de sluiting direct of later definitief als Gesloten wordt beschouwd.

Deze usecase beschrijft de beheerderactie waarmee een melding vanuit een actieve behandelcontext wordt opgelost of gesloten. De actie is bedoeld voor meldingen die al inhoudelijk zijn opgepakt. Een melding met status Nieuw mag niet rechtstreeks vanuit deze usecase worden opgelost of gesloten; eerst moet via UC-GEN-TIC-010 minimaal één actieve beheerderkoppeling bestaan, waardoor de melding een actieve behandelcontext krijgt.

De beheerder legt bij afsluiten minimaal vast welke afsluitstatus van toepassing is en welke oplossing of sluittoelichting aan de melder getoond wordt. Het systeem maakt daarnaast een systeembericht aan voor de melder met een klikbare verwijzing naar de melding. De melder kan daarna de oplossing accepteren via UC-GEN-TIC-006 of, zolang de heropentermijn loopt, de melding heropenen via UC-GEN-TIC-007.

Deze usecase beschrijft niet het sluiten van de eigen melding door de melder. Dat is UC-GEN-TIC-005. Ook het doorzetten naar docent is geen variant van deze gewone sluitflow, maar een samengestelde beheerflow in UC-GEN-TIC-015.

3. Scope

Deze usecase beschrijft:

  • het kiezen van de beheeractie om een melding formeel op te lossen of te sluiten;
  • het invoeren van een oplossing of sluittoelichting;
  • het selecteren van een geldige afsluitstatus uit TicketResolutionTypes;
  • het controleren dat de melding bestaat, beschikbaar is en een actieve behandelcontext heeft;
  • het blokkeren van rechtstreeks oplossen of sluiten vanuit status Nieuw;
  • het blokkeren van opnieuw oplossen of sluiten van een functioneel gesloten melding via deze reguliere flow;
  • het vastleggen van een formele sluitregistratie in TicketClosures;
  • het vastleggen van een heropentermijn en concrete ReopenDeadlineUtc;
  • het wijzigen van Tickets.Status naar Closed;
  • het zichtbaar maken van de oplossing op de gebruikersdetailpagina;
  • het aanmaken van een systeembericht voor de melder met EntityType = Ticket;
  • het vastleggen van compacte auditinformatie in TicketHistory;
  • de afgeleide gebruikersstatus Opgelost gedurende de heropentermijn;
  • foutpaden wanneer de melding niet beschikbaar is, de actie niet toegestaan is, validatie faalt of de transactie mislukt.

Deze usecase beschrijft niet:

  • het algemene openen van het beheerdersoverzicht;
  • het algemene openen van de beheerderdetailweergave;
  • het indienen van een nieuwe melding;
  • het plaatsen van externe of interne berichten zonder afsluiting;
  • het koppelen of ontkoppelen van beheerders;
  • het sluiten van de eigen melding door de melder;
  • het accepteren van een oplossing door de melder;
  • het heropenen door gebruiker of beheerder;
  • het doorzetten naar docent;
  • het periodiek definitief verwerken van verlopen heropentermijnen; dit valt onder UC-GEN-TIC-016 en niet onder deze beheerderactie;
  • beheer van afsluitstatussen, popupteksten, systeemberichtsjablonen of seeddata.

4. Pre-condities

IDVoorwaarde
PRE-001De beheerder is ingelogd.
PRE-002De beheerder heeft een actieve beheerdercontext.
PRE-003De meldingenfunctionaliteit is sitebreed beschikbaar.
PRE-004De beheerderdetailweergave van een melding is geopend of er is een geldige ticketreferentie beschikbaar.
PRE-005De melding bestaat als Tickets-record.
PRE-006De melding is niet functioneel gesloten.
PRE-007De melding heeft een actieve behandelcontext via minimaal één actieve beheerderkoppeling.
PRE-008De melding heeft niet uitsluitend de status Nieuw.
PRE-009De beheerder mag de melding in beheercontext lezen en behandelen.
PRE-010Er zijn geldige TicketResolutionTypes beschikbaar.
PRE-011De beheerder kan een oplossing of sluittoelichting invoeren.
PRE-012De applicatie kan sluiting, statuswijziging, systeembericht en history transactioneel verwerken.

5. Post-condities

IDResultaat
POST-001Er is een nieuwe formele sluitregistratie in TicketClosures vastgelegd.
POST-002De gekozen afsluitstatus is via TicketResolutionTypes aan de sluitregistratie gekoppeld.
POST-003De oplossing of sluittoelichting is beschikbaar voor de melder op het tabblad Oplossing.
POST-004Tickets.Status is gewijzigd naar Closed.
POST-005De sluitregistratie bevat een concrete ReopenDeadlineUtc voor de gebruikersgerichte heropentermijn.
POST-006De melding wordt voor de melder gedurende de heropentermijn gebruikersgericht als Opgelost weergegeven.
POST-007De melder ontvangt een systeembericht met EntityType = Ticket en EntityId = TicketId.
POST-008Er is een compacte TicketHistory-regel vastgelegd voor oplossing/sluiting.
POST-009Actie-indicaties zoals Wacht op mij worden opnieuw afgeleid en verdwijnen wanneer de melding niet langer WaitingForUser is.
POST-010Eerdere externe en interne discussieberichten blijven historisch beschikbaar.
POST-011Eventuele actieve beheerderkoppelingen blijven historisch herleidbaar; deze usecase ontkoppelt beheerders niet automatisch.
POST-012Bij een validatie- of transactionele fout ontstaat geen gedeeltelijke sluitregistratie, statuswijziging, systeembericht of historyregel.

6. Trigger

De usecase start wanneer een beheerder in de beheerderdetailweergave van een melding de actie kiest om de melding formeel op te lossen of te sluiten.

7. Normale processtroom

StapActorScherm / componentActieSysteemresponsData / regel
1BeheerderBeheerdersoverzicht meldingenSelecteert een melding of heeft een meldingdetail al geopend.Het systeem toont de beheerderdetailweergave.UC-GEN-TIC-009.
2BeheerderSectie Oplossing / beheeractieKiest de actie om de melding op te lossen of te sluiten.Het systeem toont de invoer voor oplossing/sluittoelichting en afsluitstatus.Formele afsluitflow.
3SysteemBeheerderdetailweergaveToont relevante ticketcontext.De beheerder ziet melding, status, gekoppelde beheerders en bestaande communicatie.Besluitvorming op actuele ticketgegevens.
4BeheerderOplossingsformulierVoert een oplossing of sluittoelichting in.Het systeem houdt de invoer lokaal in het formulier vast.Nog geen mutatie.
5BeheerderOplossingsformulierSelecteert een afsluitstatus.Het systeem accepteert alleen geldige TicketResolutionTypes.Gesloten waardelijst.
6BeheerderOplossingsformulierBevestigt het oplossen of sluiten.Het systeem toont of verwerkt de bevestigingsstap voor formele afsluiting.Popup: POP-GEN-TIC-RESOLVE-CONFIRM.
7SysteemMeldingenserviceControleert sessie, featurestatus en actieve beheerdercontext.Alleen een bevoegde beheerder kan doorgaan.Server-side autorisatie is leidend.
8SysteemMeldingenserviceControleert of de melding bestaat en beschikbaar is.De actuele tickettoestand wordt uit de database gelezen.Tickets.Id; objectcontrole.
9SysteemMeldingenserviceControleert of de melding niet functioneel gesloten is.Bij open melding gaat verwerking door.Geen dubbele sluiting via reguliere flow.
10SysteemMeldingenserviceControleert of de melding een actieve behandelcontext heeft.Alleen meldingen met minimaal één actieve beheerderkoppeling mogen via deze usecase worden opgelost of gesloten.Status Nieuw vereist eerst UC-GEN-TIC-010.
11SysteemMeldingenserviceControleert de actuele status.InProgress en WaitingForUser zijn normale startstatussen; New wordt geblokkeerd.Procesmodel blijft consistent.
12SysteemMeldingenserviceValideert afsluitstatus en oplossing/sluittoelichting.Alleen geldige, veilige en volledige invoer wordt verwerkt.TicketResolutionTypes; sanitizing.
13SysteemMeldingenserviceBerekent de heropentermijn.Het systeem bepaalt een concrete ReopenDeadlineUtc op basis van de geldende configuratie.Standaard 7 dagen, tenzij anders geconfigureerd; er wordt geen losse TickerQ-taak per ticket aangemaakt.
14SysteemDatabaseStart transactionele verwerking.De sluiting wordt als één consistente mutatie verwerkt.Geen gedeeltelijke updates.
15SysteemDatabaseMaakt een sluitregistratie aan.Er ontstaat een TicketClosures-record met oplossing/sluittoelichting, afsluitstatus, actor en heropen-deadline.Formele bron voor oplossing/sluiting.
16SysteemDatabaseWijzigt de processtatus van de melding.Tickets.Status wordt Closed.Backendstatus wordt gesloten.
17SysteemDatabaseLegt compacte auditinformatie vast.Er ontstaat een TicketHistory-regel voor de oplossing/sluiting.Vrije tekst wordt niet volledig in history gekopieerd.
18SysteemBerichtensysteemMaakt een systeembericht voor de melder.De melder krijgt een bericht met klikbare verwijzing naar dezelfde melding.SystemMessages.EntityType = Ticket; EntityId = TicketId.
19SysteemDatabaseCommit de transactie.Sluiting, statuswijziging, history en systeembericht zijn blijvend opgeslagen.Transactionele consistentie.
20SysteemBeheerderdetailweergaveVerverst de melding.De beheerder ziet de melding als gesloten met vastgelegde afsluitstatus.Beheercontext.
21SysteemGebruikersdetailweergave / berichtenMaakt de oplossing zichtbaar voor de melder.De gebruiker ziet de melding als Opgelost zolang de heropentermijn loopt en kan accepteren of heropenen.UC-GEN-TIC-006 en UC-GEN-TIC-007.

8. Alternatieve en exceptionele processtromen

IDVanaf stapSituatieSysteemgedragPopup / meldingDatamutatie
ALT-0017De sessie is verlopen of ontbreekt.Het systeem start de generieke loginflow.Generieke loginflow.Geen.
ALT-0027De gebruiker heeft geen actieve beheerdercontext.Het systeem weigert de beheeractie.Generieke toegang-geweigerd-afhandeling.Geen.
ALT-0038De melding bestaat niet of is niet beschikbaar.Het systeem toont geen ticketdetails en verwerkt geen mutatie.POP-GEN-TIC-NOT-AVAILABLE.Geen.
ALT-0049De melding is al functioneel gesloten.Het systeem blokkeert opnieuw oplossen of sluiten via deze flow.POP-GEN-TIC-RESOLVE-NOT-ALLOWED.Geen.
ALT-00510Er bestaat geen actieve beheerderkoppeling.Het systeem blokkeert de afsluiting en verwijst functioneel naar eerst koppelen/oppakken.POP-GEN-TIC-RESOLVE-NOT-ALLOWED.Geen.
ALT-00611De melding heeft nog status Nieuw.Het systeem staat niet toe dat de melding rechtstreeks vanuit Nieuw wordt opgelost of gesloten.POP-GEN-TIC-RESOLVE-NOT-ALLOWED.Geen.
ALT-00712De oplossing of sluittoelichting ontbreekt.Het systeem toont inline validatie en verwerkt de actie niet.Inline validatie in het formulier.Geen.
ALT-00812Er is geen afsluitstatus gekozen.Het systeem toont inline validatie en verwerkt de actie niet.Inline validatie in het formulier.Geen.
ALT-00912De gekozen afsluitstatus is onbekend, inactief of niet toegestaan voor deze flow.Het systeem weigert de verwerking.Inline validatie of POP-GEN-TIC-RESOLVE-NOT-ALLOWED.Geen.
ALT-01012De tekst bevat niet-toegestane of onveilige inhoud.Het systeem sanitizet of weigert de invoer volgens de centrale rich-textregels.Inline validatie of veilige melding.Geen bij weigeren; gesanitized opslag bij toegestane correctie.
ALT-01113De heropentermijnconfiguratie ontbreekt of is ongeldig.Het systeem gebruikt geen impliciete onduidelijke deadline en blokkeert de afsluiting.POP-GEN-TIC-RESOLVE-FAILED.Geen.
ALT-01215De sluitregistratie kan niet worden opgeslagen.Het systeem rolt de transactie terug.POP-GEN-TIC-RESOLVE-FAILED.Geen blijvende mutatie.
ALT-01316De ticketstatus kan niet naar Closed worden gezet.Het systeem rolt de volledige transactie terug.POP-GEN-TIC-RESOLVE-FAILED.Geen blijvende mutatie.
ALT-01417De historyregistratie kan niet worden aangemaakt.Het systeem rolt de volledige transactie terug, omdat audit verplicht is.POP-GEN-TIC-RESOLVE-FAILED.Geen blijvende mutatie.
ALT-01518Het systeembericht voor de melder kan niet worden aangemaakt.Het systeem rolt de volledige transactie terug, omdat gebruikerscommunicatie onderdeel is van de afsluitflow.POP-GEN-TIC-RESOLVE-FAILED.Geen blijvende mutatie.
ALT-01614-19Race condition door gelijktijdige reactie, sluiting, heropening of assignmentwijziging.Het systeem gebruikt de actuele server-side tickettoestand en verwerkt alleen wanneer de actie nog toegestaan is.POP-GEN-TIC-RESOLVE-NOT-ALLOWED of POP-GEN-TIC-RESOLVE-FAILED.Alleen een consistente mutatie blijft bestaan.
ALT-01720De beheerderdetailweergave kan na succesvolle verwerking niet direct verversen.Het systeem bewaart de brondata en toont de bijgewerkte toestand bij opnieuw laden.Generieke niet-technische foutmelding of geen popup.Sluitregistratie blijft staan.
ALT-01821De gebruiker opent het systeembericht nadat de heropentermijn verlopen is.Het systeem toont de melding nog wel, maar de gebruikersgerichte status is dan Gesloten en heropenen is niet meer beschikbaar.Geen meldingenpopup; detailweergave toont actuele toestand.Geen.

9. Business rules

IDRegel
BR-001Alleen gebruikers met actieve beheerdercontext mogen een melding via beheerderflow oplossen of sluiten.
BR-002Een melding mag alleen via deze usecase worden opgelost of gesloten wanneer zij niet functioneel gesloten is.
BR-003Een melding met status Nieuw mag niet rechtstreeks via deze usecase worden opgelost of gesloten.
BR-004Externe inhoudelijke beheerhandeling, waaronder oplossen of sluiten, vereist een actieve behandelcontext met minimaal één actieve beheerderkoppeling.
BR-005De eerste inhoudelijke beheerhandeling richting melder moet voorafgegaan worden door of gecombineerd zijn met het oppakken/koppelen van de melding via UC-GEN-TIC-010.
BR-006Oplossen of sluiten door beheer wordt formeel vastgelegd in TicketClosures.
BR-007Iedere formele sluitregistratie door beheer moet een geldige afsluitstatus uit TicketResolutionTypes hebben.
BR-008Iedere formele sluitregistratie door beheer moet een oplossing of sluittoelichting bevatten die voor de melder zichtbaar kan worden gemaakt.
BR-009Oplossen of sluiten door beheer zet Tickets.Status op Closed.
BR-010Opgelost is geen aparte backendstatus maar een gebruikersgerichte afgeleide toestand op basis van Closed en de actuele heropentermijn.
BR-011De heropentermijn moet als concrete ReopenDeadlineUtc worden vastgelegd.
BR-011AOplossen of sluiten door beheer maakt geen afzonderlijke schedulerjob per melding aan; verlopen heropentermijnen worden periodiek en idempotent verwerkt door UC-GEN-TIC-016.
BR-012Na oplossing of sluiting door beheer ontvangt de melder een systeembericht met verwijzing naar de melding.
BR-013De systeemberichtverwijzing naar de melding gebruikt EntityType = Ticket en EntityId = TicketId.
BR-014Oplossen of sluiten door beheer moet auditbaar zijn via TicketHistory.
BR-015Vrije oplossingstekst of sluittoelichting hoort in TicketClosures en niet volledig in TicketHistory.
BR-016Deze usecase ontkoppelt actieve beheerders niet automatisch.
BR-017Deze usecase maakt geen privéberichtthread aan.
BR-018De afsluitflow moet transactioneel zijn; sluitregistratie, statuswijziging, systeembericht en history mogen niet gedeeltelijk ontstaan.
BR-019De melder kan na deze usecase de oplossing accepteren of, zolang de heropentermijn loopt, heropenen via de daarvoor bedoelde usecases.
BR-020Doorzetten naar docent gebruikt niet deze gewone sluitflow maar de samengestelde flow UC-GEN-TIC-015.

10. Datavalidatie

Veld / objectValidatie
TicketId / ticketreferentieVerplicht, geldig formaat en bestaand Tickets-record.
Actieve gebruikerMoet ingelogd zijn en actieve beheerdercontext hebben.
FeaturestatusMeldingenfunctionaliteit moet beschikbaar zijn.
Tickets.StatusMoet een bekende behandelbare status zijn en mag niet New of functioneel gesloten zijn.
Actieve behandelcontextMinimaal één actieve TicketAssignments-koppeling moet bestaan.
Oplossing/sluittoelichtingVerplicht, niet leeg, niet alleen whitespace en begrensd volgens de geldende maximale tekstlengte.
Berichtinhoud / rich textAlleen toegestane veilige opmaak is toegestaan; invoer wordt server-side gesanitized en veilig geëncodeerd.
AfsluitstatusVerplicht en moet verwijzen naar een geldige, toegestane TicketResolutionTypes-waarde.
HeropentermijnMoet tot een concrete server-side UTC-deadline kunnen worden omgerekend.
Actor bij mutatieUitvoerende beheerder moet worden vastgelegd bij sluitregistratie en history.
TijdstippenWorden server-side in UTC vastgelegd.
SysteemberichtMoet aan de melder gekoppeld zijn en verwijzen naar EntityType = Ticket en de juiste EntityId.
Transactionele verwerkingTicketClosures, Tickets.Status, SystemMessages en TicketHistory moeten consistent samen verwerkt worden.

11. Datamutaties en events

StapTypeEntiteit / eventMutatie
15CreateTicketClosuresFormele sluitregistratie met oplossing/sluittoelichting, afsluitstatus, actor, tijdstip en ReopenDeadlineUtc.
15EventTicketResolvedOrClosedByAdminDomeinevent of afgeleide eventregistratie voor formele oplossing/sluiting door beheer.
16UpdateTicketsStatus wordt gewijzigd naar Closed; laatste wijzigingsmetadata wordt bijgewerkt.
16EventTicketStatusChangedStatusovergang naar Closed wordt geregistreerd.
17CreateTicketHistoryCompacte auditregel voor oplossing/sluiting wordt vastgelegd.
18CreateSystemMessagesSysteembericht aan melder met EntityType = Ticket en EntityId = TicketId.
18EventSystemMessageCreatedEvent of afgeleide registratie voor aangemaakt systeembericht.
21EventTicketSolutionAvailableOptioneel domeinevent voor beschikbaar gekomen oplossing richting melder.
ALT-012 t/m ALT-016EventTicketResolveFailedAlleen wanneer fout- of technische events worden geregistreerd.

12. Geen datamutaties

EntiteitReden
TicketAssignmentsDeze usecase koppelt of ontkoppelt geen beheerders; actieve behandelcontext moet al bestaan.
TicketDiscussionMessagesDe oplossing/sluittoelichting wordt formeel in TicketClosures vastgelegd, niet als regulier discussiebericht.
TicketReopenRequestsDeze usecase heropent geen melding.
TicketForwardedToTeacherDoorzetten naar docent valt onder UC-GEN-TIC-015.
PrivateMessageThreads / PrivateMessagesOplossen of sluiten door beheer is geen privéberichtflow.
TicketTechnicalSnapshotsTechnische meldcontext blijft de oorspronkelijke snapshot van aanmaakmoment.
Gebruikersprofiel van de melderSluiting wijzigt geen profiel- of voorkeurgegevens.
TicketResolutionTypesAfsluitstatussen worden gelezen; deze usecase beheert de waardelijst niet.

13. State diagram — oplossen of sluiten door beheer

14. Decision flow — melding oplossen of sluiten

15. Data lifecycle diagram — oplossing/sluiting

16. Sequence diagrammen

16.1 Melding oplossen of sluiten

16.2 Melding met status Nieuw wordt geblokkeerd

16.3 Transactionele fout bij oplossen of sluiten

17. Popupverwijzingen

PopupKeyMomentVariantDoel
POP-GEN-TIC-NOT-AVAILABLEWanneer de melding niet bestaat, niet beschikbaar is of niet geopend mag worden.InfoOnlyVoorkomen dat beheerder handelt op een ontbrekende of ontoegankelijke melding.
POP-GEN-TIC-RESOLVE-CONFIRMVlak vóór definitief oplossen of sluiten door beheer.ConfirmBevestigen dat de beheerder de melding formeel wil afsluiten met de ingevulde oplossing en afsluitstatus.
POP-GEN-TIC-RESOLVE-NOT-ALLOWEDWanneer oplossen/sluiten niet toegestaan is, bijvoorbeeld bij status Nieuw, ontbrekende behandelcontext of al gesloten melding.InfoOnlyUitleggen dat de formele afsluitactie niet kan worden uitgevoerd.
POP-GEN-TIC-RESOLVE-FAILEDWanneer afsluiten, statuswijziging, history of systeembericht transactioneel mislukt.InfoOnlyVeilige foutmelding tonen zonder technische details.

18. Afleiding naar Functioneel Ontwerp / Technisch Ontwerp / Software Requirements Specification

DoeldocumentAfleiding
Functioneel OntwerpBeschrijft oplossen/sluiten door beheer als formele afsluitactie vanuit een actieve behandelcontext.
Functioneel OntwerpBeschrijft dat een melding met status Nieuw eerst moet worden opgepakt via beheerderkoppeling voordat zij inhoudelijk opgelost of gesloten kan worden.
Functioneel OntwerpBeschrijft dat de beheerder bij oplossen/sluiten een oplossing of sluittoelichting en een afsluitstatus moet vastleggen.
Functioneel OntwerpBeschrijft dat de melder na oplossing/sluiting een systeembericht ontvangt en de oplossing ziet op het tabblad Oplossing.
Functioneel OntwerpBeschrijft dat Opgelost gebruikersgericht wordt afgeleid uit Closed met actieve heropentermijn.
Technisch OntwerpTechnisch Ontwerp: meldingen, tickets en beheerafhandeling, communicatie, background jobs en logging en foutafhandeling beschrijven de technische uitwerking. Beschrijft de transactionele verwerking uit voor TicketClosures, statuswijziging naar Closed, TicketHistory en SystemMessages.
Technisch OntwerpTechnisch Ontwerp: meldingen, tickets en beheerafhandeling, communicatie, background jobs en logging en foutafhandeling beschrijven de technische uitwerking. Beschrijf dat deze flow geen PrivateMessages, TicketReopenRequests, TicketForwardedToTeacher of automatische assignmentontkoppeling uitvoert.
Technisch OntwerpTechnisch Ontwerp: meldingen, tickets en beheerafhandeling, communicatie, background jobs en logging en foutafhandeling beschrijven de technische uitwerking. Beschrijf server-side validatie, sanitizing, heropentermijnberekening en objectautorisatie.
Technisch OntwerpTechnisch Ontwerp: meldingen, tickets en beheerafhandeling, communicatie, background jobs en logging en foutafhandeling beschrijven de technische uitwerking. Beschrijf dat er geen losse schedulerjob per melding wordt aangemaakt; verlopen heropentermijnen worden door de periodieke TickerQ-verwerking uit UC-GEN-TIC-016 opgepakt.
Software Requirements SpecificationBeschrijft requirements voor actieve behandelcontext, verplichte oplossing/sluittoelichting, afsluitstatus, heropentermijn, systeembericht, audit en transactionele consistentie.
Database-informatieControleer dat TicketClosures oplossing/sluittoelichting, afsluitstatus, actor, tijdstip, ReopenDeadlineUtc en verwijzing naar ticket kan vastleggen.
PopupregisterNeem POP-GEN-TIC-RESOLVE-CONFIRM, POP-GEN-TIC-RESOLVE-NOT-ALLOWED en POP-GEN-TIC-RESOLVE-FAILED op; hergebruik POP-GEN-TIC-NOT-AVAILABLE.

19. SRS-trace

Deze usecase bevat geen normatieve requirementtekst. De centrale eis en acceptatiecriteria staan in de SRS; onderstaande tabel koppelt de usecase-afleiding alleen aan centrale SRS-*- en AC-*-items.

Usecase-afleidingDektUsecasecontext
REQ-UC-GEN-TIC-013-001SRS-TIC-003
SRS-ADM-001
AC-TIC-003
AC-ADM-001
Alleen gebruikers met actieve beheerdercontext toestaan om meldingen via beheerderflow op te lossen of te sluiten
REQ-UC-GEN-TIC-013-002SRS-AUTH-001
SRS-TIC-003
SRS-ADM-002
SRS-ADM-001
AC-AUTH-001
AC-TIC-003
AC-ADM-002
AC-ADM-001
Vóór verwerking server-side controleren of de melding bestaat en door de beheerder behandeld mag worden
REQ-UC-GEN-TIC-013-003SRS-TIC-002
AC-TIC-002
Voorkomen dat een melding met status Nieuw rechtstreeks via deze usecase wordt opgelost of gesloten
REQ-UC-GEN-TIC-013-004SRS-TIC-003
SRS-ADM-001
AC-TIC-003
AC-ADM-001
Oplossen of sluiten door beheer alleen toestaan wanneer minimaal één actieve beheerderkoppeling bestaat
REQ-UC-GEN-TIC-013-005SRS-TIC-002
AC-TIC-002
Voorkomen dat een al functioneel gesloten melding opnieuw via deze reguliere flow wordt opgelost of gesloten
REQ-UC-GEN-TIC-013-006SRS-TIC-007
SRS-ADM-001
AC-TIC-007
AC-ADM-001
Een oplossing of sluittoelichting verplicht stellen bij oplossen of sluiten door beheer
REQ-UC-GEN-TIC-013-007SRS-TIC-007
AC-TIC-007
Een geldige afsluitstatus uit TicketResolutionTypes verplicht stellen
REQ-UC-GEN-TIC-013-008SRS-AUTH-001
SRS-TIC-007
SRS-NFR-SEC-001
AC-AUTH-001
AC-TIC-007
AC-NFR-SEC-001
Oplossingstekst of sluittoelichting server-side valideren, sanitizen en veilig renderen
REQ-UC-GEN-TIC-013-009SRS-TIC-007
AC-TIC-007
Een formele sluitregistratie opslaan in TicketClosures
REQ-UC-GEN-TIC-013-010SRS-AUTH-001
SRS-TIC-003
SRS-ADM-001
SRS-NFR-AUD-001
AC-AUTH-001
AC-TIC-003
AC-ADM-001
AC-NFR-AUD-001
De uitvoerende beheerder en het server-side UTC-tijdstip bij de sluitregistratie vastleggen
REQ-UC-GEN-TIC-013-011SRS-TIC-007
SRS-NFR-AUD-001
AC-TIC-007
AC-NFR-AUD-001
Een concrete ReopenDeadlineUtc berekenen en vastleggen voor de sluitregistratie
REQ-UC-GEN-TIC-013-012SRS-TIC-007
AC-TIC-007
Tickets.Status naar Closed wijzigen bij succesvolle oplossing of sluiting
REQ-UC-GEN-TIC-013-013SRS-RDM-001
SRS-TIC-004
AC-RDM-001
AC-TIC-004
Opgelost als gebruikersgerichte afgeleide status tonen zolang de heropentermijn actief is
REQ-UC-GEN-TIC-013-014SRS-TIC-003
AC-TIC-003
Na verlopen heropentermijn of acceptatie de melding gebruikersgericht als Gesloten behandelen
REQ-UC-GEN-TIC-013-015SRS-TIC-007
AC-TIC-007
De oplossing of sluittoelichting tonen op het tabblad Oplossing van de gebruikersdetailweergave
REQ-UC-GEN-TIC-013-016SRS-MSG-001
SRS-TIC-001
AC-MSG-001
AC-TIC-001
Bij succesvolle oplossing of sluiting een systeembericht voor de melder aanmaken
REQ-UC-GEN-TIC-013-017SRS-MSG-001
SRS-TIC-002
AC-MSG-001
AC-TIC-002
Het systeembericht koppelen met EntityType = Ticket en EntityId = TicketId
REQ-UC-GEN-TIC-013-018SRS-TIC-007
SRS-ADM-001
SRS-NFR-AUD-001
AC-TIC-007
AC-ADM-001
AC-NFR-AUD-001
Oplossing/sluiting door beheer auditbaar vastleggen in TicketHistory
REQ-UC-GEN-TIC-013-019SRS-TIC-007
SRS-NFR-AUD-001
AC-TIC-007
AC-NFR-AUD-001
Vrije oplossingstekst of sluittoelichting niet volledig in TicketHistory dupliceren
REQ-UC-GEN-TIC-013-020SRS-RDM-001
SRS-TIC-002
AC-RDM-001
AC-TIC-002
Actie-indicaties voor de melder opnieuw afleiden na statuswijziging naar Closed
REQ-UC-GEN-TIC-013-021SRS-MSG-001
SRS-TIC-001
AC-MSG-001
AC-TIC-001
Bij gewone oplossing/sluiting geen PrivateMessageThreads of PrivateMessages aanmaken
REQ-UC-GEN-TIC-013-022SRS-TIC-001
AC-TIC-001
Bij gewone oplossing/sluiting geen TicketReopenRequests aanmaken
REQ-UC-GEN-TIC-013-023SRS-TIC-001
AC-TIC-001
Bij gewone oplossing/sluiting geen TicketForwardedToTeacher aanmaken
REQ-UC-GEN-TIC-013-024SRS-REL-003
SRS-REL-006
SRS-TIC-003
SRS-ADM-001
AC-REL-003
AC-REL-006
AC-TIC-003
AC-ADM-001
Actieve beheerderkoppelingen niet automatisch ontkoppelen door gewone oplossing/sluiting
REQ-UC-GEN-TIC-013-025SRS-MSG-001
SRS-TIC-007
SRS-NFR-AUD-001
AC-MSG-001
AC-TIC-007
AC-NFR-AUD-001
Afsluitflow transactioneel uitvoeren met sluitregistratie, statuswijziging, history en systeembericht
REQ-UC-GEN-TIC-013-026SRS-TIC-007
SRS-SHR-001
SRS-NFR-AVL-001
AC-TIC-007
AC-SHR-001
AC-NFR-AVL-001
Bij mislukte transactionele verwerking geen gedeeltelijke sluiting zichtbaar maken
REQ-UC-GEN-TIC-013-027SRS-TIC-002
AC-TIC-002
Bij niet-beschikbare melding POP-GEN-TIC-NOT-AVAILABLE gebruiken
REQ-UC-GEN-TIC-013-028SRS-TIC-007
AC-TIC-007
Bij niet-toegestane oplossing/sluiting POP-GEN-TIC-RESOLVE-NOT-ALLOWED gebruiken
REQ-UC-GEN-TIC-013-029SRS-TIC-007
AC-TIC-007
Vlak vóór definitieve oplossing/sluiting POP-GEN-TIC-RESOLVE-CONFIRM gebruiken
REQ-UC-GEN-TIC-013-030SRS-TIC-002
AC-TIC-002
Bij technische of transactionele fout POP-GEN-TIC-RESOLVE-FAILED gebruiken
REQ-UC-GEN-TIC-013-031SRS-TIC-007
SRS-TCH-001
AC-TIC-007
AC-TCH-001
Doorzetten naar docent niet via deze gewone sluitflow verwerken maar via UC-GEN-TIC-015
REQ-UC-GEN-TIC-013-032SRS-TIC-001
SRS-ARCH-004
AC-TIC-001
AC-ARCH-004
Bij het oplossen of sluiten van een melding geen afzonderlijke TickerQ-taak per melding aanmaken voor het verlopen van de heropentermijn