Skip to main content

UC-GEN-TIC-010 — Beheerder koppelen of ontkoppelen

1. Kerngegevens

VeldWaarde
Usecase-IDUC-GEN-TIC-010
NaamBeheerder koppelen of ontkoppelen
DomeinMeldingen
Primaire actorBeheerder
Secundaire actor(en)Systeem, meldingenservice, database, eventueel andere beheerder als gekoppelde of ontkoppelde behandelaar
RolcontextIngelogde gebruiker met actieve beheerdercontext die een melding in beheerweergave mag behandelen
Betrokken schermenSCH-BEH-02-01 — Meldingenoverzicht beheerder
Gerelateerde usecasesUC-GEN-TIC-008 — Beheerdersoverzicht meldingen bekijken; UC-GEN-TIC-009 — Melding openen als beheerder; UC-GEN-TIC-011 — Extern bericht plaatsen; UC-GEN-TIC-012 — Intern bericht plaatsen; UC-GEN-TIC-013 — Melding oplossen of sluiten; UC-GEN-TIC-014 — Melding heropenen door beheerder
Primaire entiteitenTickets, TicketAssignments, TicketHistory
Secundaire entiteiten / eventsUsers, TicketDiscussionMessages, TicketAdminAssigned, TicketAdminUnassigned, TicketStatusChanged, TicketAssignmentFailed
Gerelateerde popupsPOP-GEN-TIC-UNASSIGN-ADMIN, POP-GEN-TIC-ASSIGN-NOT-ALLOWED, POP-GEN-TIC-ASSIGN-FAILED, POP-GEN-TIC-NOT-AVAILABLE
PopupregisterOntwerpbronnen — Popup-register
MoSCoWMust have

2. Omschrijving

Een beheerder koppelt zichzelf of een andere beheerder aan een melding, of ontkoppelt een eerder gekoppelde beheerder. Een melding mag meerdere actieve beheerderkoppelingen tegelijk hebben. De koppeling is bedoeld om zichtbaar te maken welke beheerders de melding actief behandelen of volgen binnen de beheercontext.

Wanneer een melding nog status Nieuw heeft en de eerste actieve beheerder wordt gekoppeld, wordt de melding in behandeling genomen. De status verandert dan naar In behandeling. Het koppelen van extra beheerders wijzigt de behandelstatus niet automatisch. Het ontkoppelen van een beheerder vereist altijd een reden. Deze reden is bedoeld voor interne herleidbaarheid en wordt niet zichtbaar gemaakt aan de melder.

Koppelen en ontkoppelen worden auditbaar vastgelegd in TicketHistory. Wanneer dat functioneel zinvol is, mag daarnaast een intern systeemgegenereerd discussie-item worden toegevoegd, maar dit vervangt nooit de formele auditregel in TicketHistory. De reguliere gebruiker ontvangt door koppelen of ontkoppelen geen systeembericht en ziet ook niet welke beheerders gekoppeld zijn.

Deze usecase beschrijft alleen het beheer van beheerderkoppelingen. Het plaatsen van interne of externe berichten, oplossen, sluiten, heropenen en doorzetten naar docent vallen buiten deze usecase.

3. Scope

Deze usecase beschrijft:

  • het koppelen van de ingelogde beheerder aan een melding;
  • het koppelen van een andere actieve beheerder aan een melding;
  • het voorkomen van dubbele actieve beheerderkoppelingen voor dezelfde beheerder op dezelfde melding;
  • het ontkoppelen van een actieve beheerderkoppeling;
  • het verplicht vragen en valideren van een reden bij ontkoppelen;
  • het server-side controleren van sessie, featurestatus, actieve beheerdercontext, tickettoestand en beheerderselectie;
  • het aanmaken of activeren van een TicketAssignments-record bij koppelen;
  • het administratief beëindigen van een actieve TicketAssignments-koppeling bij ontkoppelen;
  • het vastleggen van TicketHistory bij koppelen en ontkoppelen;
  • het eventueel vastleggen van een intern, systeemgegenereerd discussie-item voor beheercontext;
  • de statusovergang van Nieuw naar In behandeling wanneer de eerste actieve beheerder wordt gekoppeld;
  • het opnieuw afleiden van beheerfilters zoals Nieuw en Aan mij toegewezen;
  • foutpaden wanneer de melding niet beschikbaar is, de geselecteerde beheerder ongeldig is, de actie niet toegestaan is of de mutatie niet transactioneel verwerkt kan worden.

Deze usecase beschrijft niet:

  • het algemene openen van de beheerderdetailweergave;
  • het zoeken of filteren in het beheerdersoverzicht;
  • het toewijzen van subrollen, prioriteiten of escalatieniveaus;
  • het wijzigen van de inhoudelijke meldingstatus los van het koppelen;
  • het vragen van aanvullende informatie aan de gebruiker;
  • het plaatsen van reguliere interne of externe berichten;
  • het oplossen of sluiten van een melding;
  • het heropenen van een gesloten melding door beheer;
  • het doorzetten naar docent;
  • notificaties naar de melder;
  • beheer van popupteksten of seeddata.

4. Pre-condities

IDVoorwaarde
PRE-001De gebruiker is ingelogd.
PRE-002De gebruiker heeft een actieve beheerdercontext.
PRE-003De meldingenfunctionaliteit is sitebreed beschikbaar.
PRE-004De beheerderdetailweergave van de melding is geopend of er is een geldige ticketreferentie beschikbaar.
PRE-005De melding bestaat als Tickets-record.
PRE-006De melding is niet functioneel gesloten, tenzij de UI uitsluitend historische gekoppelde beheerders toont zonder mutatieactie.
PRE-007Voor koppelen is een actieve beheerder gekozen die in beheercontext gekoppeld mag worden.
PRE-008Voor koppelen bestaat nog geen actieve TicketAssignments-koppeling voor dezelfde melding en dezelfde beheerder.
PRE-009Voor ontkoppelen bestaat een actieve TicketAssignments-koppeling.
PRE-010Voor ontkoppelen kan de beheerder een verplichte reden invullen.
PRE-011De applicatie kan assignmentmutatie, eventuele statusupdate, historyregel en eventuele interne markering transactioneel verwerken.

5. Post-condities

IDResultaat
POST-001Bij koppelen bestaat er een actieve TicketAssignments-koppeling tussen de melding en de gekozen beheerder.
POST-002Bij koppelen is vastgelegd wie de koppeling heeft uitgevoerd en wanneer.
POST-003Bij koppelen ontstaat geen dubbele actieve koppeling voor dezelfde melding en dezelfde beheerder.
POST-004Wanneer de melding vóór de eerste actieve koppeling status Nieuw had, krijgt de melding status In behandeling.
POST-005Wanneer de melding al In behandeling of Wachten op reactie was, wijzigt koppelen van een extra beheerder de processtatus niet automatisch.
POST-006Bij ontkoppelen is de betreffende TicketAssignments-koppeling administratief beëindigd of inactief gemaakt.
POST-007Bij ontkoppelen is vastgelegd wie de ontkoppeling heeft uitgevoerd, wanneer en met welke interne reden.
POST-008De ontkoppelreden is niet zichtbaar voor de melder.
POST-009Wanneer de laatste actieve beheerder wordt ontkoppeld terwijl de melding status In behandeling heeft, krijgt de melding opnieuw status Nieuw.
POST-010Wanneer de laatste actieve beheerder wordt ontkoppeld terwijl de melding status Wachten op reactie heeft, blijft de status Wachten op reactie behouden omdat de externe reactie nog steeds openstaat.
POST-011Bij koppelen is minimaal één compacte TicketHistory-regel vastgelegd.
POST-012Bij ontkoppelen is minimaal één compacte TicketHistory-regel vastgelegd.
POST-013Wanneer een statusovergang plaatsvindt, is deze statuswijziging eveneens auditbaar.
POST-014Wanneer een intern systeemgegenereerd discussie-item wordt toegevoegd, heeft dit Visibility = Internal.
POST-015Er wordt geen extern discussie-item aangemaakt door koppelen of ontkoppelen.
POST-016Er wordt geen systeembericht aan de melder aangemaakt door koppelen of ontkoppelen.
POST-017De gebruikersdetailweergave toont nog steeds geen namen van gekoppelde beheerders.
POST-018Beheerfilters zoals Nieuw en Aan mij toegewezen kunnen na verwerking opnieuw worden afgeleid.
POST-019Bij een niet-toegestane of mislukte mutatie blijft de bestaande ticket- en assignmenttoestand ongewijzigd.
POST-020Bij een transactionele fout blijven assignment, status, history en eventuele interne markering consistent.

6. Trigger

De beheerder opent de beheerderdetailweergave van een melding en kiest een actie om zichzelf of een andere beheerder te koppelen, of om een actieve beheerderkoppeling te ontkoppelen.

7. Normale processtroom

StapActorScherm / componentActieSysteemresponsData / regel
1BeheerderSCH-BEH-02-01 — DetailpaneelBekijkt de sectie met gekoppelde beheerders.Het systeem toont de actuele actieve beheerderkoppelingen.Beheerderdetail openen valt onder UC-GEN-TIC-009.
2BeheerderDetailpaneel / beheerderkoppelingenKiest Beheerder koppelen of een gelijkwaardige actie.Het systeem toont de beschikbare beheerderselectie of koppelt direct de ingelogde beheerder wanneer de actie Koppel mij is.Alleen actieve beheerders zijn koppelbaar.
3BeheerderBeheerderselectieSelecteert zichzelf of een andere beheerder.Het systeem bereidt de koppeling voor.De geselecteerde beheerder is nog niet actief gekoppeld aan deze melding.
4SysteemAutorisatielaagControleert sessie, featurestatus en actieve beheerdercontext.De actie gaat alleen verder bij geldige beheerautorisatie.Server-side controle is verplicht.
5SysteemMeldingenserviceControleert de actuele meldingtoestand.De actie wordt alleen verwerkt wanneer de melding bestaat en niet functioneel gesloten is.Gesloten meldingen worden niet via deze usecase opnieuw behandelbaar gemaakt.
6SysteemMeldingenserviceControleert de geselecteerde beheerder.De actie wordt geweigerd als de gebruiker geen actieve beheerder is of al actief gekoppeld is.Geen dubbele actieve TicketAssignments.
7SysteemDatabase / transactieMaakt of activeert de beheerderkoppeling.Er ontstaat een actieve TicketAssignments-koppeling.Actor, doelbeheerder en tijdstip worden vastgelegd.
8SysteemStatuslogicaControleert of dit de eerste actieve beheerderkoppeling is.Bij status Nieuw wijzigt de melding naar In behandeling.Eerste koppeling neemt de melding in behandeling.
9SysteemAudit / historyLegt de koppeling vast.Er ontstaat een compacte TicketHistory-regel.History beschrijft de actie; vrije toelichting is niet nodig bij koppelen.
10SysteemBeheerderdetail-readmodelVerverst gekoppelde beheerders en beheerfilters.De nieuwe beheerderkoppeling wordt zichtbaar in beheercontext.De melder ziet deze koppeling niet.
11BeheerderDetailpaneel / beheerderkoppelingenKiest bij een actieve koppeling Ontkoppel.Het systeem opent een bevestigingspopup met verplicht redenveld.POP-GEN-TIC-UNASSIGN-ADMIN.
12BeheerderPopupVult de reden van ontkoppelen in en bevestigt.Het systeem valideert de reden en start de ontkoppeling.Reden is verplicht en intern.
13SysteemAutorisatielaagControleert opnieuw sessie, featurestatus en actieve beheerdercontext.De actie gaat alleen verder bij geldige beheerautorisatie.Race conditions worden op bevestigingsmoment opnieuw gecontroleerd.
14SysteemMeldingenserviceControleert de actuele actieve assignment.De actie wordt alleen verwerkt wanneer de koppeling nog actief bestaat.Inactieve of ontbrekende koppelingen kunnen niet opnieuw worden ontkoppeld.
15SysteemDatabase / transactieBeëindigt of inactiveert de assignment.De koppeling is niet langer actief.Actor, tijdstip en reden worden vastgelegd.
16SysteemStatuslogicaControleert of nog actieve beheerderkoppelingen bestaan.Wanneer geen actieve koppelingen overblijven en status In behandeling was, wordt status Nieuw.Bij Wachten op reactie blijft de status behouden.
17SysteemAudit / historyLegt de ontkoppeling vast.Er ontstaat een compacte TicketHistory-regel.De ontkoppelreden blijft intern herleidbaar.
18SysteemInterne discussie / markeringMaakt indien relevant een intern systeemgegenereerd discussie-item.Het interne item is alleen zichtbaar voor beheerders.Dit item vervangt TicketHistory niet.
19SysteemBeheerderdetail-readmodelVerverst gekoppelde beheerders, status en filters.De beheerder ziet de bijgewerkte detailweergave.Geen systeembericht naar de melder.

8. Alternatieve en exceptionele processtromen

IDVanaf stapSituatieSysteemgedragPopup / meldingDatamutatie
ALT-0014 / 13De sessie is verlopen of ontbreekt.Het systeem start de generieke loginflow.Generieke loginflow.Geen.
ALT-0024 / 13De gebruiker heeft geen actieve beheerdercontext.Het systeem weigert de beheeractie.Generieke toegang-geweigerd-afhandeling.Geen.
ALT-0035De melding bestaat niet of is niet beschikbaar.Het systeem toont geen ticketdetails en verwerkt geen mutatie.POP-GEN-TIC-NOT-AVAILABLE.Geen.
ALT-0045De melding is functioneel gesloten.Het systeem blokkeert koppelen of ontkoppelen via deze usecase.POP-GEN-TIC-ASSIGN-NOT-ALLOWED.Geen.
ALT-0056De geselecteerde gebruiker is geen actieve beheerder.Het systeem weigert de koppeling.POP-GEN-TIC-ASSIGN-NOT-ALLOWED.Geen.
ALT-0066De geselecteerde beheerder is al actief gekoppeld.Het systeem voorkomt een dubbele actieve koppeling.POP-GEN-TIC-ASSIGN-NOT-ALLOWED.Geen.
ALT-0077De koppeling kan niet transactioneel worden opgeslagen.Het systeem rolt de actie terug en toont een veilige foutmelding.POP-GEN-TIC-ASSIGN-FAILED.Geen blijvende mutatie.
ALT-00811De beheerder annuleert ontkoppelen.De popup sluit zonder verwerking.Geen of standaard sluiten van popup.Geen.
ALT-00912De ontkoppelreden is leeg of bestaat alleen uit whitespace.Het systeem toont inline validatie en verwerkt de actie niet.Inline validatie binnen POP-GEN-TIC-UNASSIGN-ADMIN.Geen.
ALT-01012De ontkoppelreden overschrijdt de toegestane lengte.Het systeem toont inline validatie en verwerkt de actie niet.Inline validatie binnen POP-GEN-TIC-UNASSIGN-ADMIN.Geen.
ALT-01114De assignment is inmiddels al door een andere beheerder ontkoppeld.Het systeem weigert de actie en ververst de detailweergave.POP-GEN-TIC-ASSIGN-NOT-ALLOWED.Geen nieuwe mutatie.
ALT-01215De ontkoppeling kan niet transactioneel worden opgeslagen.Het systeem rolt de actie terug en toont een veilige foutmelding.POP-GEN-TIC-ASSIGN-FAILED.Geen blijvende mutatie.
ALT-01316Laatste actieve beheerder wordt ontkoppeld terwijl status Wachten op reactie is.Het systeem behoudt Wachten op reactie en ververst alleen de assignmentcontext.Geen domeinspecifieke popup.Assignment wordt beëindigd; status blijft gelijk.
ALT-01418Intern discussie-item kan niet worden aangemaakt maar assignment en history zijn gelukt.Het systeem mag het optionele interne item overslaan wanneer dit technisch als niet-verplicht is ingericht.Geen of veilige technische melding in beheercontext.Assignment en history blijven staan.
ALT-0154-18Race condition door gelijktijdige beheerdermutaties.Het systeem gebruikt actuele server-side controles en voorkomt dubbele of tegenstrijdige mutaties.POP-GEN-TIC-ASSIGN-NOT-ALLOWED of POP-GEN-TIC-ASSIGN-FAILED.Alleen geldige, consistente mutatie blijft bestaan.

9. Business rules

IDRegel
BR-001Alleen gebruikers met actieve beheerdercontext mogen beheerderkoppelingen op meldingen aanmaken of beëindigen.
BR-002Een melding mag meerdere actieve beheerderkoppelingen tegelijk hebben.
BR-003Per melding en beheerder mag maximaal één actieve TicketAssignments-koppeling bestaan.
BR-004Een beheerder mag zichzelf of een andere actieve beheerder koppelen.
BR-005Alleen actieve beheerders mogen als behandelaar aan een melding worden gekoppeld.
BR-006Koppelen van de eerste actieve beheerder aan een melding met status Nieuw brengt de melding naar In behandeling.
BR-007Koppelen van een extra beheerder wijzigt de bestaande processtatus niet automatisch.
BR-008Ontkoppelen van een beheerder vereist altijd een reden.
BR-009De reden voor ontkoppelen is intern en wordt niet zichtbaar voor de melder.
BR-010Ontkoppelen beëindigt de actieve assignment administratief; historische herleidbaarheid blijft behouden.
BR-011Wanneer de laatste actieve beheerder wordt ontkoppeld terwijl de melding status In behandeling heeft, krijgt de melding opnieuw status Nieuw.
BR-012Wanneer de laatste actieve beheerder wordt ontkoppeld terwijl de melding status Wachten op reactie heeft, blijft de status Wachten op reactie behouden.
BR-013Koppelen en ontkoppelen veroorzaken geen systeembericht aan de melder.
BR-014Koppelen en ontkoppelen veroorzaken geen extern zichtbaar discussie-item.
BR-015Iedere koppeling en ontkoppeling moet in TicketHistory worden vastgelegd.
BR-016Een intern systeemgegenereerd discussie-item mag worden toegevoegd, maar vervangt nooit de formele historyregistratie.
BR-017Gesloten meldingen worden niet via beheerderkoppeling opnieuw behandelbaar gemaakt; daarvoor bestaat de beheerheropenflow.
BR-018Beheerfilters en zichtbare assignments moeten na mutatie worden afgeleid uit de actuele databasecontext.

10. Datavalidatie

Veld / objectValidatie
TicketId / ticketreferentieVerplicht, geldig formaat en bestaand Tickets-record.
Actieve gebruikerMoet ingelogd zijn en een actieve beheerdercontext hebben.
FeaturestatusMeldingenfunctionaliteit moet beschikbaar zijn.
Tickets.StatusMoet een bekende status zijn; functioneel gesloten meldingen blokkeren deze mutatie.
Geselecteerde beheerderMoet een actieve gebruiker met beheerderrol zijn.
TicketAssignments bij koppelenEr mag nog geen actieve assignment bestaan voor dezelfde melding en dezelfde beheerder.
TicketAssignments bij ontkoppelenDe gekozen assignment moet actief bestaan op het moment van bevestigen.
OntkoppelredenVerplicht, niet leeg, niet alleen whitespace en begrensd volgens de geldende maximale tekstlengte.
Actor bij mutatieMoet worden vastgelegd voor audit en herleidbaarheid.
TijdstippenWorden server-side in UTC vastgelegd.
Optioneel intern discussie-itemIndien aangemaakt, moet Visibility = Internal zijn en mag niet zichtbaar zijn voor de melder.

11. Datamutaties en events

StapTypeEntiteit / eventMutatie
7Create / updateTicketAssignmentsActieve beheerderkoppeling wordt aangemaakt of geactiveerd.
8UpdateTicketsStatus wijzigt van Nieuw naar In behandeling wanneer de eerste actieve beheerder wordt gekoppeld.
9CreateTicketHistoryCompacte auditregel voor koppelen wordt vastgelegd.
9EventTicketAdminAssignedDomeinevent of afgeleide eventregistratie voor gekoppelde beheerder.
10ReadmodelBeheerderdetail- en overzichtsreadmodelGekoppelde beheerders en filters worden opnieuw afgeleid.
15UpdateTicketAssignmentsActieve beheerderkoppeling wordt administratief beëindigd of inactief gemaakt.
16UpdateTicketsStatus wijzigt naar Nieuw wanneer de laatste actieve beheerder wordt ontkoppeld vanuit status In behandeling.
17CreateTicketHistoryCompacte auditregel voor ontkoppelen wordt vastgelegd.
17EventTicketAdminUnassignedDomeinevent of afgeleide eventregistratie voor ontkoppelde beheerder.
18Optioneel createTicketDiscussionMessagesIntern systeemgegenereerd discussie-item kan worden vastgelegd met Visibility = Internal.
8 / 16EventTicketStatusChangedAlleen wanneer de ticketstatus daadwerkelijk wijzigt.
ALT-007 / ALT-012 / ALT-015EventTicketAssignmentFailedAlleen wanneer fout- of technische events worden geregistreerd.

12. Geen datamutaties

EntiteitReden
TicketClosuresKoppelen en ontkoppelen lost of sluit de melding niet op.
TicketReopenRequestsKoppelen en ontkoppelen heropent geen gesloten melding.
TicketForwardedToTeacherKoppelen en ontkoppelen zet de melding niet door naar docent.
SystemMessagesDe melder ontvangt geen systeembericht over beheerderkoppelingen.
Externe TicketDiscussionMessagesDe melder ziet geen communicatie over beheerderkoppelingen.
PrivateMessageThreads / PrivateMessagesDeze beheeractie maakt geen privébericht aan.
TicketTechnicalSnapshotsTechnische meldcontext wordt niet gewijzigd door assignmentbeheer.
Gebruikersprofiel van de melderAssignmentbeheer heeft geen invloed op gebruikersprofiel of voorkeuren.

13. State diagram — beheerderkoppeling en ticketstatus

14. Decision flow

15. Data lifecycle diagram

16. Sequence diagrammen

16.1 Beheerder koppelen

16.2 Beheerder ontkoppelen

16.3 Koppeling of ontkoppeling geweigerd

17. Popupverwijzingen

PopupKeyMomentVariantDoel
POP-GEN-TIC-UNASSIGN-ADMINWanneer een beheerder een actieve beheerderkoppeling wil ontkoppelen.InputTextareaBevestigen van ontkoppelen en verplicht vastleggen van interne reden.
POP-GEN-TIC-ASSIGN-NOT-ALLOWEDWanneer koppelen of ontkoppelen niet toegestaan is door status, rol, dubbele koppeling of ontbrekende assignment.InfoOnlyVeilig uitleggen dat de assignmentactie niet kan worden uitgevoerd.
POP-GEN-TIC-ASSIGN-FAILEDWanneer koppelen of ontkoppelen niet transactioneel verwerkt kan worden.InfoOnlyVeilige foutmelding zonder technische details.
POP-GEN-TIC-NOT-AVAILABLEWanneer de melding niet bestaat, niet beschikbaar is of niet toegankelijk is.InfoOnlyVeilige niet-beschikbaarmelding zonder objectdetails te lekken.

18. Afleiding naar Functioneel Ontwerp / Technisch Ontwerp / Software Requirements Specification

DoeldocumentAfleiding
Functioneel OntwerpBeschrijft in de beheerderdetailweergave hoe gekoppelde beheerders zichtbaar zijn en hoe een beheerder zichzelf of een andere beheerder kan koppelen.
Functioneel OntwerpBeschrijft dat meerdere actieve beheerders tegelijk gekoppeld mogen zijn en dat de gebruiker niet ziet welke beheerders gekoppeld zijn.
Functioneel OntwerpBeschrijft dat ontkoppelen altijd een verplichte reden vereist en dat deze reden intern blijft.
Functioneel OntwerpBeschrijft dat de eerste actieve beheerderkoppeling een melding met status Nieuw naar In behandeling brengt.
Functioneel OntwerpBeschrijft dat het verwijderen van de laatste actieve beheerder uit status In behandeling de melding weer Nieuw maakt, terwijl Wachten op reactie behouden blijft zolang de reactie van de gebruiker openstaat.
Technisch OntwerpTechnisch Ontwerp: meldingen, tickets en beheerafhandeling, communicatie, background jobs en logging en foutafhandeling beschrijven de technische uitwerking. Beschrijft AssignTicketAdminCommand en UnassignTicketAdminCommand of gelijkwaardige serviceacties uit met server-side autorisatie, statuscontrole, duplicatecontrole en transactionele verwerking.
Technisch OntwerpTechnisch Ontwerp: meldingen, tickets en beheerafhandeling, communicatie, background jobs en logging en foutafhandeling beschrijven de technische uitwerking. Beschrijft hoe TicketAssignments actieve en historische koppelingen onderscheidt, inclusief actor, tijdstip en reden bij ontkoppelen.
Technisch OntwerpTechnisch Ontwerp: meldingen, tickets en beheerafhandeling, communicatie, background jobs en logging en foutafhandeling beschrijven de technische uitwerking. Beschrijft dat TicketHistory verplicht wordt aangemaakt voor koppelen en ontkoppelen.
Technisch OntwerpTechnisch Ontwerp: meldingen, tickets en beheerafhandeling, communicatie, background jobs en logging en foutafhandeling beschrijven de technische uitwerking. Beschrijft dat een eventueel intern systeemgegenereerd discussie-item optioneel is, Visibility = Internal heeft en nooit de formele auditlaag vervangt.
Technisch OntwerpTechnisch Ontwerp: meldingen, tickets en beheerafhandeling, communicatie, background jobs en logging en foutafhandeling beschrijven de technische uitwerking. Beschrijft dat er geen SystemMessages, externe discussie-items, TicketClosures, TicketReopenRequests of privéberichten ontstaan door deze usecase.
Software Requirements SpecificationBeschrijft requirements voor beheerderautorisatie, meerdere actieve koppelingen, duplicatepreventie, verplichte ontkoppelreden, statusgevolgen, auditregistratie en foutafhandeling.
Database-informatieBeschrijft of TicketAssignments voldoende velden bevat voor actieve status, gekoppelde beheerder, gekoppeld door, gekoppeld op, ontkoppeld door, ontkoppeld op en ontkoppelreden.
Database-informatieBeschrijft of statuswijzigingen door assignmentbeheer consistent kunnen worden vastgelegd naast TicketHistory.
OntwerpbronnenBeschrijven business rules, command, events, popupverwijzingen en matrixregels voor UC-GEN-TIC-010.

19. SRS-trace

Deze usecase bevat geen normatieve requirementtekst. De centrale eis en acceptatiecriteria staan in de SRS; onderstaande tabel koppelt de usecase-afleiding alleen aan centrale SRS-*- en AC-*-items.

Usecase-afleidingDektUsecasecontext
REQ-UC-GEN-TIC-010-001SRS-TIC-003
SRS-ADM-001
AC-TIC-003
AC-ADM-001
Alleen gebruikers met actieve beheerdercontext toestaan beheerderkoppelingen op meldingen te beheren
REQ-UC-GEN-TIC-010-002SRS-TIC-003
SRS-ADM-001
AC-TIC-003
AC-ADM-001
Toestaan dat meerdere beheerders tegelijk actief aan dezelfde melding gekoppeld zijn
REQ-UC-GEN-TIC-010-003SRS-TIC-003
SRS-ADM-001
AC-TIC-003
AC-ADM-001
Toestaan dat een beheerder zichzelf aan een melding koppelt
REQ-UC-GEN-TIC-010-004SRS-TIC-003
SRS-ADM-001
AC-TIC-003
AC-ADM-001
Toestaan dat een beheerder een andere actieve beheerder aan een melding koppelt
REQ-UC-GEN-TIC-010-005SRS-AUTH-001
SRS-AUTH-004
SRS-TIC-003
SRS-ADM-001
AC-AUTH-001
AC-AUTH-004
AC-TIC-003
AC-ADM-001
Koppelen blokkeren wanneer de geselecteerde gebruiker geen actieve beheerder is
REQ-UC-GEN-TIC-010-006SRS-TIC-003
SRS-ADM-001
AC-TIC-003
AC-ADM-001
Voorkomen dat dezelfde beheerder meer dan één actieve koppeling met dezelfde melding heeft
REQ-UC-GEN-TIC-010-007SRS-AUTH-001
SRS-ACC-003
SRS-ACC-005
SRS-REL-003
SRS-REL-006
SRS-TIC-002
AC-AUTH-001
AC-ACC-003
AC-ACC-005
AC-REL-003
AC-REL-006
AC-TIC-002
Koppelen of ontkoppelen blokkeren wanneer de melding niet bestaat, niet beschikbaar is of niet veilig toegankelijk is
REQ-UC-GEN-TIC-010-008SRS-AUTH-001
SRS-REL-003
SRS-REL-006
SRS-TIC-002
AC-AUTH-001
AC-REL-003
AC-REL-006
AC-TIC-002
Koppelen of ontkoppelen blokkeren wanneer de melding functioneel gesloten is
REQ-UC-GEN-TIC-010-009SRS-TIC-003
SRS-NFR-AUD-001
AC-TIC-003
AC-NFR-AUD-001
Bij koppelen een actieve TicketAssignments-koppeling vastleggen
REQ-UC-GEN-TIC-010-010SRS-TIC-002
SRS-NFR-AUD-001
AC-TIC-002
AC-NFR-AUD-001
Bij koppelen vastleggen wie de koppeling uitvoerde en wanneer
REQ-UC-GEN-TIC-010-011SRS-TIC-003
SRS-ADM-001
AC-TIC-003
AC-ADM-001
Een melding met status Nieuw naar In behandeling zetten wanneer de eerste actieve beheerder wordt gekoppeld
REQ-UC-GEN-TIC-010-012SRS-TIC-003
SRS-ADM-001
AC-TIC-003
AC-ADM-001
De status niet automatisch wijzigen wanneer een extra beheerder wordt gekoppeld aan een melding die al actief in behandeling of wachtend op gebruiker is
REQ-UC-GEN-TIC-010-013SRS-REL-003
SRS-REL-006
SRS-TIC-002
AC-REL-003
AC-REL-006
AC-TIC-002
Bij ontkoppelen een verplichte reden vragen
REQ-UC-GEN-TIC-010-014SRS-AUTH-001
SRS-REL-003
SRS-REL-006
SRS-TIC-002
AC-AUTH-001
AC-REL-003
AC-REL-006
AC-TIC-002
Lege of whitespace-only ontkoppelredenen weigeren
REQ-UC-GEN-TIC-010-015SRS-REL-003
SRS-REL-006
SRS-TIC-002
AC-REL-003
AC-REL-006
AC-TIC-002
Ontkoppelredenen begrenzen volgens de geldende maximale tekstlengte
REQ-UC-GEN-TIC-010-016SRS-REL-003
SRS-REL-006
SRS-TIC-003
AC-REL-003
AC-REL-006
AC-TIC-003
Bij ontkoppelen de actieve TicketAssignments-koppeling administratief beëindigen of inactief maken
REQ-UC-GEN-TIC-010-017SRS-REL-003
SRS-REL-006
SRS-TIC-002
SRS-NFR-AUD-001
AC-REL-003
AC-REL-006
AC-TIC-002
AC-NFR-AUD-001
Bij ontkoppelen vastleggen wie de ontkoppeling uitvoerde, wanneer en met welke reden
REQ-UC-GEN-TIC-010-018SRS-REL-003
SRS-REL-006
SRS-TIC-007
SRS-ADM-001
AC-REL-003
AC-REL-006
AC-TIC-007
AC-ADM-001
De ontkoppelreden uitsluitend in beheercontext tonen en niet aan de melder
REQ-UC-GEN-TIC-010-019SRS-REL-003
SRS-REL-006
SRS-TIC-003
SRS-ADM-001
AC-REL-003
AC-REL-006
AC-TIC-003
AC-ADM-001
Een melding met status In behandeling terugzetten naar Nieuw wanneer de laatste actieve beheerder wordt ontkoppeld
REQ-UC-GEN-TIC-010-020SRS-REL-003
SRS-REL-006
SRS-TIC-003
SRS-ADM-001
AC-REL-003
AC-REL-006
AC-TIC-003
AC-ADM-001
Status Wachten op reactie behouden wanneer de laatste actieve beheerder wordt ontkoppeld terwijl nog op gebruikersreactie wordt gewacht
REQ-UC-GEN-TIC-010-021SRS-TIC-002
SRS-NFR-AUD-001
AC-TIC-002
AC-NFR-AUD-001
Iedere koppeling vastleggen in TicketHistory
REQ-UC-GEN-TIC-010-022SRS-REL-003
SRS-REL-006
SRS-TIC-002
SRS-NFR-AUD-001
AC-REL-003
AC-REL-006
AC-TIC-002
AC-NFR-AUD-001
Iedere ontkoppeling vastleggen in TicketHistory
REQ-UC-GEN-TIC-010-023SRS-TIC-003
SRS-ADM-001
SRS-NFR-AUD-001
AC-TIC-003
AC-ADM-001
AC-NFR-AUD-001
Statuswijzigingen door assignmentbeheer auditbaar vastleggen
REQ-UC-GEN-TIC-010-024SRS-REL-003
SRS-REL-006
SRS-MSG-001
SRS-TIC-002
AC-REL-003
AC-REL-006
AC-MSG-001
AC-TIC-002
Door koppelen of ontkoppelen geen systeembericht naar de melder sturen
REQ-UC-GEN-TIC-010-025SRS-REL-003
SRS-REL-006
SRS-TIC-001
AC-REL-003
AC-REL-006
AC-TIC-001
Door koppelen of ontkoppelen geen extern zichtbaar discussie-item aanmaken
REQ-UC-GEN-TIC-010-026SRS-REL-003
SRS-REL-006
SRS-MSG-001
SRS-TIC-001
AC-REL-003
AC-REL-006
AC-MSG-001
AC-TIC-001
Door koppelen of ontkoppelen geen TicketClosures, TicketReopenRequests, TicketForwardedToTeacher, privéberichtrecords of technische snapshots aanmaken of wijzigen
REQ-UC-GEN-TIC-010-027SRS-RDM-001
SRS-RDM-004
SRS-REL-003
SRS-REL-006
SRS-TIC-003
SRS-ADM-001
AC-RDM-001
AC-RDM-004
AC-REL-003
AC-REL-006
AC-TIC-003
AC-ADM-001
Na koppelen of ontkoppelen beheerderdetail, overzichtsfilters en Aan mij toegewezen opnieuw kunnen afleiden uit actuele data
REQ-UC-GEN-TIC-010-028SRS-TIC-003
SRS-NFR-AUD-001
AC-TIC-003
AC-NFR-AUD-001
Assignmentmutatie, eventuele statusupdate en historyregistratie transactioneel consistent verwerken
REQ-UC-GEN-TIC-010-029SRS-AUTH-001
SRS-AUTH-004
SRS-TIC-003
SRS-ADM-002
SRS-ADM-001
AC-AUTH-001
AC-AUTH-004
AC-TIC-003
AC-ADM-002
AC-ADM-001
Race conditions afvangen door ticketstatus, geselecteerde beheerder en actuele assignment opnieuw server-side te controleren op het moment van bevestigen
REQ-UC-GEN-TIC-010-030SRS-TIC-002
SRS-POP-001
SRS-NFR-SEC-001
AC-TIC-002
AC-POP-001
AC-NFR-SEC-001
Veilige foutmeldingen tonen via centrale popupkeys zonder technische details of gegevens van andere meldingen te lekken