Skip to main content

UC-BEH-SET-003 — Configuratiecache verversen na wijziging

1. Kerngegevens

VeldWaarde
Usecase-IDUC-BEH-SET-003
NaamConfiguratiecache verversen na wijziging
DomeinBeheerder / Systeeminstellingen en beheerlogging
Primaire actorBeheerder
Secundaire actor(en)Frontend, backend, configuratiecache, beheerlogcomponent
RolcontextActieve beheerdercontext; server-side bepaald vanuit de ingelogde gebruiker
Betrokken schermenSite Instellingen > Technische instellingen / Systeeminstellingen
Gerelateerde usecasesUC-BEH-SET-002, UC-BEH-SET-004
Primaire entiteitenSystemSettings, SiteFeatureToggles, runtimeconfiguratiecache
Secundaire entiteiten / eventsConfigurationCacheRefreshed, ConfigurationCacheRefreshFailed
Gerelateerde popupsPOP-BEH-SET-CACHE-REFRESH-FAILED
PopupregisterOntwerpbronnen — Popup-register
MoSCoWMust

2. Omschrijving

Deze usecase beschrijft hoe de runtimeconfiguratie wordt vernieuwd of ongeldig gemaakt nadat een beheerder een geldige systeeminstelling of expliciet beheerbare configuratiewaarde heeft opgeslagen. De cacheverversing is een technische vervolgafhandeling van een geslaagde mutatie en geen losstaande beheeractie waarmee willekeurige cachegegevens kunnen worden gewist.

De flow wijzigt de instelling zelf niet opnieuw. De bronwaarde is al opgeslagen door de muterende usecase, zoals UC-BEH-SET-002 of de featuretoggleflow. Deze usecase borgt dat runtimecomponenten daarna niet met een verouderde configuratiewaarde blijven werken.

Uitgangspunten

  • De voorafgaande configuratiemutatie is server-side gevalideerd en opgeslagen.
  • De configuratiecache is afgeleid van database- of cataloguswaarden en is geen tweede bron van waarheid.
  • Falen van cacheverversing mag niet stilzwijgend worden genegeerd.
  • De beheerder krijgt terugkoppeling wanneer de nieuwe waarde niet consistent runtime beschikbaar is gemaakt.

3. Scope

Deze usecase beschrijft:

  • Starten van cacheverversing na een succesvolle configuratiemutatie.
  • Ophalen of invalideren van de relevante runtimeconfiguratie.
  • Beschikbaar maken van de nieuwe waarde voor volgende server-side controles en rendering.
  • Foutafhandeling wanneer cacheverversing faalt.
  • Auditbare technische registratie van de cacheverwerkingsuitkomst wanneer die als beheergebeurtenis wordt vastgelegd.

Deze usecase beschrijft niet:

  • De oorspronkelijke systeeminstelling wijzigen.
  • Nieuwe SettingKeys of featurekeys aanmaken.
  • Willekeurige applicatiecache beheren.
  • Domeinrecords zoals berichten, resultaten, PDF’s of UserSettings herschrijven.
  • Identity-providerinstellingen wijzigen.

3.1 Afbakening met aangrenzende usecases

OnderdeelAfbakening
UC-BEH-SET-002Slaat de nieuwe SystemSettings-waarde op en triggert daarna deze cacheafhandeling.
UC-BEH-SET-004Wijzigt AccessibilityEnabled en kan dezelfde cache- of runtimepublicatie nodig hebben.
UC-BEH-SET-006Kan cacheverwerkingsgebeurtenissen tonen als read-only beheerlog wanneer zij auditbaar zijn vastgelegd.

4. Pre-condities

IDVoorwaarde
PRE-001Er is een geslaagde, server-side geautoriseerde configuratiemutatie uitgevoerd.
PRE-002De gewijzigde sleutel of feature is bekend in de configuratiecatalogus.
PRE-003De nieuwe bronwaarde is transactioneel opgeslagen voordat de runtimecache wordt vernieuwd of ongeldig gemaakt.
PRE-004De cachecomponent of configuratieprovider is beschikbaar voor de backend.
PRE-005De beheerdercontext van de oorspronkelijke mutatie is auditbaar bekend.

5. Post-condities

IDResultaat
POST-001De runtimeconfiguratie gebruikt de nieuwe waarde of laadt deze bij eerstvolgende raadpleging opnieuw.
POST-002De opgeslagen bronwaarde blijft de bron van waarheid.
POST-003Er is geen tweede SystemSettings- of SiteFeatureToggles-mutatie uitgevoerd.
POST-004Een mislukte cacheverversing is zichtbaar afgehandeld.
POST-005De beheerder krijgt geen succesmelding wanneer de nieuwe waarde niet runtime beschikbaar is gemaakt.

6. Trigger

De usecase start direct na een succesvolle configuratiemutatie die runtimecache gebruikt, bijvoorbeeld na het opslaan van een systeeminstelling of een relevante featuretoggle.

7. Normale processtroom

StapActorScherm / componentActieSysteemresponsData / regel
1BackendMuterende usecaseRondt een configuratiemutatie succesvol af.De backend bepaalt of runtimecache geraakt wordt.UC-BEH-SET-002 / UC-BEH-SET-004.
2BackendConfiguratiecatalogusBepaalt cachekey, scope en verversstrategie.Alleen relevante cache-items worden geraakt.Codegedreven catalogus.
3BackendConfiguratiecacheInvalideert of ververst de cachewaarde.Volgende runtimelezing gebruikt de nieuwe bronwaarde.Cacheprovider.
4BackendRuntimecontroleControleert of nieuwe configuratie beschikbaar is.Succes of fout wordt bepaald.Consistentiecontrole.
5BackendBeheerlogcomponentRegistreert cacheverwerking wanneer dit als auditbare beheergebeurtenis is ingericht.Actor, sleutel en resultaat zijn herleidbaar zonder secrets.Beheerlogging.
6FrontendResultaatweergaveOntvangt resultaat van de muterende flow.De beheerder ziet succes of gerichte foutmelding.PopupKey bij fout.

8. Alternatieve en exceptionele processtromen

IDVanaf stapSituatieSysteemgedragPopup / meldingDatamutatie
ALT-0011Configuratiemutatie is niet geslaagd.Cacheverversing wordt niet gestart.Fout uit muterende usecase.Geen cacheverwerking.
ALT-0022Sleutel heeft geen runtimecache.De backend markeert cacheverversing als niet nodig en rondt succesvol af.Niet van toepassing.Geen cachemutatie.
ALT-0033Cacheprovider is niet beschikbaar.De backend geeft de muterende flow een foutstatus voor runtimebeschikbaarheid.POP-BEH-SET-CACHE-REFRESH-FAILED.Bronwaarde blijft opgeslagen; cache niet vernieuwd.
ALT-0044Nieuwe waarde kan niet veilig geladen worden.De backend blokkeert succesmelding en vereist herstel via beheer of technische correctie.POP-BEH-SET-CACHE-REFRESH-FAILED.Geen extra bronmutatie.
ALT-0055Technische auditregistratie faalt zonder bronwaarde-impact.De primaire cacheuitkomst blijft leidend; fout wordt server-side afgehandeld volgens loggingbeleid.Niet van toepassing.Geen SystemSettings-mutatie.

9. Business rules

IDBusiness rule
BR-001Cacheverversing is altijd afgeleid van een voorafgaande geldige configuratiemutatie.
BR-002De cache is geen bron van waarheid; bronwaarden blijven in de onderliggende configuratiebron staan.
BR-003Cacheverversing mag geen SystemSettings-, SiteFeatureToggles- of UserSettings-waarde wijzigen.
BR-004Een mislukte cacheverversing mag niet als volledig succesvolle beheerwijziging worden gepresenteerd.
BR-005Cachekeys en verversstrategie zijn codegedreven en niet vrij beheerbaar via de GUI.
BR-006Cacheverwerking mag geen bestaande domeinrecords herschrijven.
BR-007Gevoelige waarden, secrets of credentials mogen niet in cachelog of foutmelding zichtbaar worden.

10. Datavalidatie

IDValidatie
VAL-001De gewijzigde sleutel moet bekend zijn in de configuratiecatalogus.
VAL-002De cachecomponent mag alleen de bijbehorende cachekey of scope verversen.
VAL-003De nieuwe bronwaarde moet na verversing uitleesbaar zijn via de runtimeconfiguratie.
VAL-004Foutmeldingen mogen geen secrets, ruwe stacktraces of interne cachekeys tonen aan de beheerder.
VAL-005Technische auditregistratie maskeert gevoelige waarden.

11. Datamutaties en events

IDMutatie / eventToelichting
MUT-001ConfigurationCacheRefreshedRuntimecache wordt vernieuwd of ongeldig gemaakt voor de geraakte configuratie.
MUT-002ConfigurationCacheRefreshFailedWordt gebruikt wanneer cacheverwerking faalt en herstel nodig is.
MUT-003BeheerlogregistratieAlleen wanneer cacheverwerking als auditbare beheergebeurtenis wordt vastgelegd; bevat geen secrets.

12. Geen datamutaties

IDGeen mutatieReden
NO-001SystemSettingsDe bronwaarde is al opgeslagen door de muterende usecase en wordt hier niet opnieuw gewijzigd.
NO-002SiteFeatureTogglesFeaturewaarden worden niet door cacheverversing gewijzigd.
NO-003UserSettingsGebruikersinstellingen worden niet aangepast.
NO-004DomeinrecordsBerichten, resultaten, PDF’s, contentblokken en accounts blijven ongewijzigd.
NO-005Identity providerGeen authenticatie- of credentialwijziging.

13. State diagram

Niet van toepassing als persistent domeinstatusdiagram. Cachetoestand is runtime-afgeleid en wordt niet als zelfstandig beheerstatusobject opgeslagen. De lifecycle wordt daarom uitgewerkt in het data lifecycle diagram.

14. Decision flow

15. Data lifecycle diagram

16. Sequence diagrammen

17. Popupverwijzingen

Deze usecase verwijst uitsluitend naar PopupKey. Popupteksten, knopteksten, inputlabels en themakeuzes blijven bronhoudend in het popupregister en popup-themes.

PopupKeyGebruik
POP-BEH-SET-CACHE-REFRESH-FAILEDTerugkoppeling wanneer een opgeslagen configuratiewaarde niet runtime beschikbaar kan worden gemaakt.

18. Afleiding naar Functioneel Ontwerp / Technisch Ontwerp / Software Requirements Specification

DocumentAfleiding
Functioneel OntwerpBeschrijft dat een beheerwijziging pas als volledig verwerkt geldt wanneer runtimeconfiguratie de nieuwe waarde gebruikt.
Technisch OntwerpTechnisch Ontwerp: logging en foutafhandeling, security en configuratie en beheer en operatie beschrijven de technische uitwerking. Vraagt cache-invalidatie of cacheverversing gekoppeld aan configuratiecatalogus en foutafhandeling.
Software Requirements SpecificationLevert eisen voor cacheconsistentie, foutmelding en geen tweede bronmutatie.

19. SRS-trace

Deze usecase bevat geen normatieve requirementtekst. De centrale eis en acceptatiecriteria staan in de SRS; onderstaande tabel koppelt de usecase-afleiding alleen aan centrale SRS-*- en AC-*-items.

Usecase-afleidingDektUsecasecontext
UC-BEH-SET-003-REQ-001SRS-LRN-009
SRS-ADM-001
AC-LRN-009
AC-ADM-001
Runtimeconfiguratie vernieuwen of ongeldig maken na een geslaagde configuratiemutatie die cache gebruikt
UC-BEH-SET-003-REQ-002SRS-ADM-001
AC-ADM-001
Cacheverversing niet als zelfstandige vrije beheeractie voor willekeurige data aanbieden
UC-BEH-SET-003-REQ-003SRS-ADM-001
SRS-NFR-AVL-001
AC-ADM-001
AC-NFR-AVL-001
Mislukte cacheverversing zichtbaar afhandelen
UC-BEH-SET-003-REQ-004SRS-ADM-001
SRS-POP-003
AC-ADM-001
AC-POP-003
Door cacheverversing geen SystemSettings-, SiteFeatureToggles-, UserSettings- of domeinrecords wijzigen
UC-BEH-SET-003-REQ-005SRS-TIC-002
SRS-ADM-001
AC-TIC-002
AC-ADM-001
Voorkomen dat gevoelige technische details zichtbaar worden in cachefoutmeldingen of cachelog