Skip to main content

UC-BEH-DOCSUP-014 — Docentcontextgeschiedenis bekijken

1. Kerngegevens

VeldWaarde
Usecase-IDUC-BEH-DOCSUP-014
NaamDocentcontextgeschiedenis bekijken
DomeinBeheerder / Docentondersteuning
Primaire actorBeheerder
Secundaire actor(en)Frontend, backend, database, autorisatiecomponent, docentondersteuningcomponent, historiecomponent
RolcontextActieve beheerdercontext; server-side bepaald vanuit de ingelogde gebruiker
Betrokken schermenContent > Docent ondersteuning
Gerelateerde usecasesUC-BEH-DOCSUP-001, UC-BEH-DOCSUP-002, UC-BEH-DOCSUP-003, UC-BEH-DOCSUP-004, UC-BEH-DOCSUP-005, UC-BEH-DOCSUP-006, UC-BEH-DOCSUP-007, UC-BEH-DOCSUP-008, UC-BEH-DOCSUP-009, UC-BEH-DOCSUP-010, UC-BEH-DOCSUP-011, UC-BEH-DOCSUP-012, UC-BEH-DOCSUP-013
Primaire entiteitenUsers, UserRoles, Roles, TeacherLevels, TeacherLevelCategories, TeacherLevelCategoryExercises, Exercises, ExerciseModules, ExerciseHistory, LevelCollaborators, LevelStudentAuthorizations, UserRelationships
Secundaire entiteiten / eventsRelationshipEvents, SystemMessages, beheerlog, docentondersteuning-readmodels, autorisatiecomponent
Gerelateerde popupsNiet van toepassing
PopupregisterOntwerpbronnen — Popup-register
MoSCoWMust

2. Omschrijving

Deze usecase beschrijft hoe een beheerder in de tab Geschiedenis de supportrelevante historie van de geselecteerde docentcontext raadpleegt.

De geschiedenis toont minimaal wijzigingen aan niveaus, categoriekoppelingen, oefenkoppelingen, leerlingtoegang, collaborators en eigendomsoverdrachten.

De tab is raadplegend. Zij is bedoeld voor reconstructie en supportanalyse en niet als bewerkingsplek of zoekbaar communicatiearchief.

Uitgangspunten

  • Docentondersteuning werkt altijd vanuit één gekozen docentcontext.
  • De beheerder heeft supportgerichte inzage, maar mutaties blijven beperkt tot expliciete beheeracties met audit.
  • Centrale categorie- en module-identiteit worden niet vanuit deze pagina beheerd.
  • Server-side autorisatie is leidend; clientstate mag geen objecttoegang afdwingen.
  • Historische runs, resultaten en PDF-contexten worden niet herschreven.

3. Scope

Deze usecase beschrijft:

  • Tonen van supportrelevante geschiedenis binnen één docentcontext.
  • Samenbrengen van historie over niveaus, categorieën, oefeningen, leerlingtoegang, collaborators en eigenaarschap.
  • Sorteren op datum/tijd met meest recente wijzigingen herkenbaar.
  • Filteren of beperken tot de geselecteerde docentcontext.
  • Blokkeren van persoonsgegevens die door anonimisering niet meer zichtbaar mogen zijn.

Deze usecase beschrijft niet:

  • Centraal categoriebeheer; dat blijft bronhoudend in Beheerder / Categorieën beheren.
  • Centraal technisch modulebeheer; dat blijft bronhoudend in Beheerder / Modules beheren.
  • Volledig account- en rolbeheer; dat blijft bronhoudend in Beheerder / Accountbeheer.
  • Reguliere docentflows vervangen; docentondersteuning is supportgericht en niet de primaire docentinterface.
  • Live meekijken tijdens actieve oefeningen; beheerders mogen geschiedenis analyseren, maar niet live meekijken.
  • Popupteksten, knopteksten of inputlabels specificeren; usecases verwijzen uitsluitend naar PopupKey.

3.1 Afbakening met aangrenzende domeinen

OnderdeelAfbakening
Docent / OefenaanbodDocenten beheren hun eigen niveaus, categorieën en oefeningen via de reguliere docentflows; docentondersteuning biedt beheerderinzage en gerichte correctie.
Beheerder / Categorieën beherenCentrale categorie-identiteit, migratie en statuswijziging worden daar beheerd, niet in docentondersteuning.
Beheerder / Modules beherenTechnische modulemetadata en modulemigraties worden daar beheerd; docentondersteuning kan alleen concrete oefeningcontext inspecteren.
Beheerder / AccountbeheerRollen, accountstatus en account lifecycle horen daar; docentondersteuning gebruikt bestaande account- en relatiecontext.
Generiek / RelatiesRelaties en uitnodigingen blijven bronhoudend in het relatiedomein; docentondersteuning kan alleen bestaande geldige context gebruiken of een expliciete beheeractie auditen.

4. Pre-condities

IDVoorwaarde
PRE-001De gebruiker is succesvol ingelogd in OefenHub.
PRE-002De backend heeft server-side vastgesteld dat de gebruiker een actieve beheerderrol heeft.
PRE-003De beheerder bevindt zich binnen de beheeromgeving via Content > Docent ondersteuning.
PRE-004De pagina gebruikt actuele serverdata; clientstate, routeparameters of verborgen formuliervelden bepalen geen autorisatie, docentcontext, niveaucontext of oefeningcontext.
PRE-005De ondersteuningsweergave voor één docent is geopend.
PRE-006Er bestaan nul of meer relevante history- of auditrecords voor de docentcontext.

5. Post-condities

IDResultaat
POST-001De beheerder ziet een chronologisch overzicht van supportrelevante wijzigingen.
POST-002Geschiedenis wordt niet gewijzigd door raadplegen.
POST-003Geanonimiseerde actor- of accountgegevens worden veilig weergegeven.
POST-004De geschiedenis toont alleen records die binnen de docentcontext relevant zijn.
POST-005De beheerder kan wijzigingen reconstrueren zonder vrije technische IDs als primaire gebruikersinformatie.

6. Trigger

De usecase start wanneer de beheerder de tab Geschiedenis opent binnen de ondersteuningsweergave van één docent.

7. Normale processtroom

StapActorComponent / contextHandelingResultaatBelangrijke gegevens
1BeheerderSupportdetailOpent tab Geschiedenis.De frontend vraagt contextgeschiedenis op.TeacherUserId.
2BackendAutorisatiecomponentControleert beheerdercontext.Alleen beheerder mag geschiedenis zien.Server-side rolcontext.
3BackendDocentContextServiceValideert docentcontext.Geschiedenis blijft binnen context.Users, TeacherLevels.
4BackendHistoryReadModelLaadt niveau- en categoriewijzigingen.Onderwijsstructuurwijzigingen worden zichtbaar.TeacherLevels, CategoryHistory, ExerciseHistory.
5BackendHistoryReadModelLaadt leerlingtoegang en collaboratorwijzigingen.Supportmutaties worden zichtbaar.LevelStudentAuthorizations, LevelCollaborators.
6BackendHistoryReadModelLaadt eigendomsoverdrachten.Eigenaarmutaties worden zichtbaar.TeacherLevels / eigendomshistory.
7FrontendGeschiedenistabToont chronologisch overzicht.Beheerder kan supportanalyse uitvoeren.Readonly geschiedenis.

8. Alternatieve en exceptionele processtromen

StapSituatieAfhandelingPopupKeyDatamutatie
2Beheerdercontext is ongeldig.De backend weigert de actie en toont een veilige blokkade.POP-BEH-DOCSUP-NO-ACCESSGeen.
3De geselecteerde docent bestaat niet of is niet toegankelijk.De ondersteuningsweergave wordt niet geopend of wordt veilig teruggezet naar het overzicht.POP-BEH-DOCSUP-SAVE-ERRORGeen.
4Het gekozen object bestaat niet meer.De pagina toont dat het object niet beschikbaar is en ververst de context.Niet van toepassingGeen.
5De readmodeldata is tijdelijk incompleet.De beschikbare gegevens worden getoond met veilige ontbrekend-status; ontbrekend wordt niet als nul geïnterpreteerd.Niet van toepassingGeen.
6De beheerder gebruikt een oude route of clientstate.De backend negeert de clientcontext en herleidt de actuele context opnieuw.Niet van toepassingGeen.

9. Business rules

IDBusiness rule
BR-UC-BEH-DOCSUP-014-001Geschiedenis is readonly.
BR-UC-BEH-DOCSUP-014-002Geschiedenis toont supportrelevante wijzigingen binnen de gekozen docentcontext.
BR-UC-BEH-DOCSUP-014-003Volledige relatiebeheerhistorie buiten de docentcontext hoort niet in deze tab.
BR-UC-BEH-DOCSUP-014-004Technische identifiers mogen niet leidend zijn voor herkenning in de UI.
BR-UC-BEH-DOCSUP-014-005Geanonimiseerde accounts worden zonder persoonsgegevens weergegeven.
BR-UC-BEH-DOCSUP-014-006Geschiedenis is reconstructie-informatie en geen vrij communicatiekanaal.
BR-UC-BEH-DOCSUP-014-007Raadplegen van geschiedenis maakt geen nieuw historyrecord aan.

10. Datavalidatie

IDValidatie
VAL-UC-BEH-DOCSUP-014-001TeacherUserId is verplicht.
VAL-UC-BEH-DOCSUP-014-002De docentcontext moet server-side geldig zijn.
VAL-UC-BEH-DOCSUP-014-003Historyqueries moeten worden begrensd tot relevante niveaus en supportobjecten.
VAL-UC-BEH-DOCSUP-014-004Geanonimiseerde persoonsgegevens mogen niet worden teruggetoond.
VAL-UC-BEH-DOCSUP-014-005Sortering moet eenduidig zijn op tijdstip en eventueel volgnummer.
VAL-UC-BEH-DOCSUP-014-006Records uit centrale module- of categoriebeheerhistorie worden alleen getoond wanneer zij relevant zijn voor de docentcontext.
VAL-UC-BEH-DOCSUP-014-007De backend mag routeparameters niet gebruiken om andere docentgeschiedenis te tonen.

11. Datamutaties en events

Object / eventMutatie
Geen functionele mutatieDeze usecase raadpleegt of navigeert zonder inhoudelijke domeinwijziging.
Geen eventEr wordt geen historyrecord geschreven voor alleen raadplegen.

12. Geen datamutaties

ObjectWaarom geen mutatie
UsersAlleen gelezen voor actor- en docentcontext.
TeacherLevelsAlleen gelezen tenzij deze usecase expliciet anders beschrijft.
TeacherLevelCategoriesAlleen gelezen tenzij deze usecase expliciet anders beschrijft.
TeacherLevelCategoryExercisesAlleen gelezen tenzij deze usecase expliciet anders beschrijft.
ExercisesAlleen gelezen tenzij deze usecase expliciet anders beschrijft.
ExerciseRunsHistorische runs worden nooit herschreven.

13. State diagram

Niet van toepassing.

Deze usecase wijzigt geen persistent statusobject. De getoonde selectie-, detail-, zoek- of navigatietoestand is uitsluitend tijdelijke UI-state binnen de beheerderweergave en wordt niet als domeinstatus opgeslagen.

14. Decision flow

15. Data lifecycle diagram

16. Sequence diagrammen

17. Popupverwijzingen

PopupKeyGebruik
Niet van toepassingDeze usecase gebruikt geen popupregister-popup.

18. Afleiding naar Functioneel Ontwerp / Technisch Ontwerp / Software Requirements Specification

OnderdeelAfleiding
Functioneel OntwerpFO beschrijft Geschiedenis als supportrelevante historie van niveaus, categoriekoppelingen, oefenkoppelingen, leerlingtoegang, collaborators en eigendomsoverdrachten.
Technisch OntwerpTechnisch Ontwerp: technische rolflows, oefencatalogus, relatiebeheer en logging en historie beschrijven de technische uitwerking. TO vereist een history-readmodel dat meerdere auditbronnen veilig combineert.
Software Requirements SpecificationSRS moet de scope, sortering, privacyregels en herkenbare velden van geschiedenis vastleggen.
DatabaseLeest history- en auditbronnen; schrijft niets.

19. SRS-trace

Deze usecase bevat geen normatieve requirementtekst. De centrale eis en acceptatiecriteria staan in de SRS; onderstaande tabel koppelt de usecase-afleiding alleen aan centrale SRS-*- en AC-*-items.

Usecase-afleidingDektUsecasecontext
REQ-UC-BEH-DOCSUP-014-001SRS-TCH-004
SRS-ADM-008
SRS-ADM-001
SRS-NFR-AUD-001
AC-TCH-004
AC-ADM-008
AC-ADM-001
AC-NFR-AUD-001
Een beheerder supportrelevante geschiedenis van één docentcontext kunnen tonen
REQ-UC-BEH-DOCSUP-014-002SRS-AUTH-001
SRS-CAT-001
SRS-LRN-009
SRS-TCH-003
SRS-ADM-001
AC-AUTH-001
AC-CAT-001
AC-LRN-009
AC-TCH-003
AC-ADM-001
Wijzigingen aan niveaus, categoriekoppelingen, oefenkoppelingen, leerlingtoegang, collaborators en eigendomsoverdrachten kunnen tonen
REQ-UC-BEH-DOCSUP-014-003SRS-AUTH-001
SRS-TCH-004
SRS-ADM-001
SRS-NFR-AUD-001
AC-AUTH-001
AC-TCH-004
AC-ADM-001
AC-NFR-AUD-001
Geschiedenis server-side begrenzen tot de gekozen docentcontext
REQ-UC-BEH-DOCSUP-014-004SRS-ADM-003
SRS-ADM-001
SRS-NFR-PRV-001
AC-ADM-003
AC-ADM-001
AC-NFR-PRV-001
Geanonimiseerde actoren zonder persoonsgegevens weergeven
REQ-UC-BEH-DOCSUP-014-005SRS-ADM-001
SRS-NFR-AUD-001
AC-ADM-001
AC-NFR-AUD-001
Bij raadplegen van geschiedenis geen nieuw historyrecord schrijven
REQ-UC-BEH-DOCSUP-014-006SRS-ADM-001
SRS-NFR-AUD-001
AC-ADM-001
AC-NFR-AUD-001
Geschiedenis chronologisch en functioneel herkenbaar tonen
REQ-UC-BEH-DOCSUP-014-007SRS-TCH-001
SRS-ADM-001
AC-TCH-001
AC-ADM-001
Centrale beheerhistorie alleen tonen wanneer zij relevant is voor de docentcontext