Skip to main content

UC-BEH-DOCSUP-002 — Docentondersteuning openen

1. Kerngegevens

VeldWaarde
Usecase-IDUC-BEH-DOCSUP-002
NaamDocentondersteuning openen
DomeinBeheerder / Docentondersteuning
Primaire actorBeheerder
Secundaire actor(en)Frontend, backend, database, autorisatiecomponent, docentondersteuningcomponent, historiecomponent
RolcontextActieve beheerdercontext; server-side bepaald vanuit de ingelogde gebruiker
Betrokken schermenContent > Docent ondersteuning
Gerelateerde usecasesUC-BEH-DOCSUP-001, UC-BEH-DOCSUP-003, UC-BEH-DOCSUP-004, UC-BEH-DOCSUP-005, UC-BEH-DOCSUP-006, UC-BEH-DOCSUP-007, UC-BEH-DOCSUP-008, UC-BEH-DOCSUP-009, UC-BEH-DOCSUP-010, UC-BEH-DOCSUP-011, UC-BEH-DOCSUP-012, UC-BEH-DOCSUP-013, UC-BEH-DOCSUP-014
Primaire entiteitenUsers, UserRoles, Roles, TeacherLevels, TeacherLevelCategories, TeacherLevelCategoryExercises, Exercises, ExerciseModules, ExerciseHistory, LevelCollaborators, LevelStudentAuthorizations, UserRelationships
Secundaire entiteiten / eventsRelationshipEvents, SystemMessages, beheerlog, docentondersteuning-readmodels, autorisatiecomponent
Gerelateerde popupsNiet van toepassing
PopupregisterOntwerpbronnen — Popup-register
MoSCoWMust

2. Omschrijving

Deze usecase beschrijft hoe een beheerder na selectie van één docent de detail- en ondersteuningsweergave opent. De pagina werkt vanaf dat moment vanuit precies één docentcontext.

Binnen de ondersteuningsweergave zijn minimaal de tabs Intro / uitleg, Structuur, Leerlingtoegang, Collaborators, Eigenaar en Geschiedenis aanwezig. De titel en samenvatting zijn gebaseerd op de geselecteerde docent en zijn of haar actuele supportcontext.

De usecase is de overgang van overzicht naar supportdetail. De beheerder voert nog geen inhoudelijke mutatie uit; mutaties vinden pas plaats in de onderliggende tabs.

Uitgangspunten

  • Docentondersteuning werkt altijd vanuit één gekozen docentcontext.
  • De beheerder heeft supportgerichte inzage, maar mutaties blijven beperkt tot expliciete beheeracties met audit.
  • Centrale categorie- en module-identiteit worden niet vanuit deze pagina beheerd.
  • Server-side autorisatie is leidend; clientstate mag geen objecttoegang afdwingen.
  • Historische runs, resultaten en PDF-contexten worden niet herschreven.

3. Scope

Deze usecase beschrijft:

  • Openen van de ondersteuningsweergave voor precies één docent.
  • Laden van de tabs Intro / uitleg, Structuur, Leerlingtoegang, Collaborators, Eigenaar en Geschiedenis.
  • Tonen van een contextsamenvatting met actieve niveaus, categorieën, concrete oefeningen, collaborators en leerlingen met toegang.
  • Blokkeren van ondersteuning wanneer de docentcontext niet geldig is.
  • Vastleggen dat alleen lezen nog geen beheerhistory oplevert.

Deze usecase beschrijft niet:

  • Centraal categoriebeheer; dat blijft bronhoudend in Beheerder / Categorieën beheren.
  • Centraal technisch modulebeheer; dat blijft bronhoudend in Beheerder / Modules beheren.
  • Volledig account- en rolbeheer; dat blijft bronhoudend in Beheerder / Accountbeheer.
  • Reguliere docentflows vervangen; docentondersteuning is supportgericht en niet de primaire docentinterface.
  • Live meekijken tijdens actieve oefeningen; beheerders mogen geschiedenis analyseren, maar niet live meekijken.
  • Popupteksten, knopteksten of inputlabels specificeren; usecases verwijzen uitsluitend naar PopupKey.

3.1 Afbakening met aangrenzende domeinen

OnderdeelAfbakening
Docent / OefenaanbodDocenten beheren hun eigen niveaus, categorieën en oefeningen via de reguliere docentflows; docentondersteuning biedt beheerderinzage en gerichte correctie.
Beheerder / Categorieën beherenCentrale categorie-identiteit, migratie en statuswijziging worden daar beheerd, niet in docentondersteuning.
Beheerder / Modules beherenTechnische modulemetadata en modulemigraties worden daar beheerd; docentondersteuning kan alleen concrete oefeningcontext inspecteren.
Beheerder / AccountbeheerRollen, accountstatus en account lifecycle horen daar; docentondersteuning gebruikt bestaande account- en relatiecontext.
Generiek / RelatiesRelaties en uitnodigingen blijven bronhoudend in het relatiedomein; docentondersteuning kan alleen bestaande geldige context gebruiken of een expliciete beheeractie auditen.

4. Pre-condities

IDVoorwaarde
PRE-001De gebruiker is succesvol ingelogd in OefenHub.
PRE-002De backend heeft server-side vastgesteld dat de gebruiker een actieve beheerderrol heeft.
PRE-003De beheerder bevindt zich binnen de beheeromgeving via Content > Docent ondersteuning.
PRE-004De pagina gebruikt actuele serverdata; clientstate, routeparameters of verborgen formuliervelden bepalen geen autorisatie, docentcontext, niveaucontext of oefeningcontext.
PRE-005Een docent is in UC-BEH-DOCSUP-001 geselecteerd.
PRE-006De geselecteerde docent heeft een geldige Users-identiteit of toegestane geanonimiseerde historische context.

5. Post-condities

IDResultaat
POST-001De ondersteuningsweergave voor één docent is geopend.
POST-002De beheerder ziet de beschikbare ondersteuningstabs.
POST-003De actuele docentcontext is server-side gevalideerd.
POST-004Geen niveau-, categorie-, oefening-, relatie- of autorisatiedata is gewijzigd.
POST-005Onderliggende acties gebruiken dezelfde gevalideerde docentcontext.

6. Trigger

De usecase start wanneer de beheerder in het docentenoverzicht precies één docent selecteert en Ondersteun docent kiest.

7. Normale processtroom

StapActorComponent / contextHandelingResultaatBelangrijke gegevens
1BeheerderDocentenoverzichtKiest Ondersteun docent.De frontend opent de supportdetailroute.Geselecteerde UserId.
2BackendAutorisatiecomponentControleert beheerderrol.Alleen beheerder mag de detailweergave openen.Server-side context.
3BackendDocentContextServiceLaadt geselecteerde docentcontext.De docent wordt server-side herleid.Users, UserRoles.
4BackendReadmodelBerekent samenvatting.Aantallen voor Intro / uitleg worden opgebouwd.TeacherLevels, Exercises, collaborators, autorisaties.
5FrontendSupportdetailToont tabs.De beheerder kan naar Structuur, Leerlingtoegang, Collaborators, Eigenaar en Geschiedenis.Read-only starttoestand.
6BackendRouteguardBewaart geen autoriserende clientstate.Onderliggende acties blijven server-side controleren.Geen sessiebrede objectclaim.

8. Alternatieve en exceptionele processtromen

StapSituatieAfhandelingPopupKeyDatamutatie
2Beheerdercontext is ongeldig.De backend weigert de actie en toont een veilige blokkade.POP-BEH-DOCSUP-NO-ACCESSGeen.
3De geselecteerde docent bestaat niet of is niet toegankelijk.De ondersteuningsweergave wordt niet geopend of wordt veilig teruggezet naar het overzicht.POP-BEH-DOCSUP-SAVE-ERRORGeen.
4Het gekozen object bestaat niet meer.De pagina toont dat het object niet beschikbaar is en ververst de context.Niet van toepassingGeen.
5De readmodeldata is tijdelijk incompleet.De beschikbare gegevens worden getoond met veilige ontbrekend-status; ontbrekend wordt niet als nul geïnterpreteerd.Niet van toepassingGeen.
6De beheerder gebruikt een oude route of clientstate.De backend negeert de clientcontext en herleidt de actuele context opnieuw.Niet van toepassingGeen.

9. Business rules

IDBusiness rule
BR-UC-BEH-DOCSUP-002-001Docentondersteuning mag pas openen na selectie van precies één docent.
BR-UC-BEH-DOCSUP-002-002De detailweergave werkt vanuit één actuele server-side docentcontext.
BR-UC-BEH-DOCSUP-002-003De tabs zijn vaste functionele onderdelen en geen vrij configureerbare pagebuilder.
BR-UC-BEH-DOCSUP-002-004Openen van de detailweergave maakt geen relatie, autorisatie of historyrecord aan.
BR-UC-BEH-DOCSUP-002-005Een inactieve of geanonimiseerde docentcontext wordt alleen getoond binnen privacy- en auditgrenzen.
BR-UC-BEH-DOCSUP-002-006Onderliggende tabacties mogen de geselecteerde docentcontext niet vanuit clientstate vertrouwen.

10. Datavalidatie

IDValidatie
VAL-UC-BEH-DOCSUP-002-001De geselecteerde UserId is verplicht.
VAL-UC-BEH-DOCSUP-002-002De UserId moet server-side herleidbaar zijn tot een docentcontext of relevante docenthistorie.
VAL-UC-BEH-DOCSUP-002-003De beheerderrol moet opnieuw worden gevalideerd bij openen.
VAL-UC-BEH-DOCSUP-002-004Aantallen in Intro / uitleg worden server-side berekend.
VAL-UC-BEH-DOCSUP-002-005Tabs worden alleen getoond wanneer de beheerder de docentcontext mag raadplegen.
VAL-UC-BEH-DOCSUP-002-006Routeparameters mogen geen docentcontext afdwingen zonder backendvalidatie.

11. Datamutaties en events

Object / eventMutatie
Geen functionele mutatieDeze usecase raadpleegt of navigeert zonder inhoudelijke domeinwijziging.
Geen eventEr wordt geen historyrecord geschreven voor alleen raadplegen.

12. Geen datamutaties

ObjectWaarom geen mutatie
UsersAlleen gelezen voor actor- en docentcontext.
TeacherLevelsAlleen gelezen tenzij deze usecase expliciet anders beschrijft.
TeacherLevelCategoriesAlleen gelezen tenzij deze usecase expliciet anders beschrijft.
TeacherLevelCategoryExercisesAlleen gelezen tenzij deze usecase expliciet anders beschrijft.
ExercisesAlleen gelezen tenzij deze usecase expliciet anders beschrijft.
ExerciseRunsHistorische runs worden nooit herschreven.

13. State diagram

Niet van toepassing.

Deze usecase wijzigt geen persistent statusobject. De getoonde selectie-, detail-, zoek- of navigatietoestand is uitsluitend tijdelijke UI-state binnen de beheerderweergave en wordt niet als domeinstatus opgeslagen.

14. Decision flow

15. Data lifecycle diagram

16. Sequence diagrammen

17. Popupverwijzingen

PopupKeyGebruik
Niet van toepassingDeze usecase gebruikt geen popupregister-popup.

18. Afleiding naar Functioneel Ontwerp / Technisch Ontwerp / Software Requirements Specification

OnderdeelAfleiding
Functioneel OntwerpFO beschrijft een tweestapsflow: eerst docent selecteren, daarna de detail- en ondersteuningsweergave openen.
Technisch OntwerpTechnisch Ontwerp: technische rolflows, oefencatalogus, relatiebeheer en logging en historie beschrijven de technische uitwerking. TO vereist een DocentContextService of gelijkwaardig server-side mechanisme voor contextopbouw.
Software Requirements SpecificationSRS moet de vaste tabs en de samenvattingswaarden in de ondersteuningsweergave specificeren.
DatabaseLeest Users, UserRoles en docentstructuur-readmodels; schrijft niets.

19. SRS-trace

Deze usecase bevat geen normatieve requirementtekst. De centrale eis en acceptatiecriteria staan in de SRS; onderstaande tabel koppelt de usecase-afleiding alleen aan centrale SRS-*- en AC-*-items.

Usecase-afleidingDektUsecasecontext
REQ-UC-BEH-DOCSUP-002-001SRS-TCH-001
SRS-ADM-001
AC-TCH-001
AC-ADM-001
De ondersteuningsweergave alleen openen na selectie van precies één docent
REQ-UC-BEH-DOCSUP-002-002SRS-AUTH-001
SRS-TCH-001
SRS-ADM-001
AC-AUTH-001
AC-TCH-001
AC-ADM-001
De docentcontext server-side bepalen
REQ-UC-BEH-DOCSUP-002-003SRS-AUTH-001
SRS-LRN-010
SRS-TCH-004
SRS-ADM-001
SRS-NFR-AUD-001
AC-AUTH-001
AC-LRN-010
AC-TCH-004
AC-ADM-001
AC-NFR-AUD-001
Vaste tabs tonen voor Intro / uitleg, Structuur, Leerlingtoegang, Collaborators, Eigenaar en Geschiedenis
REQ-UC-BEH-DOCSUP-002-004SRS-AUTH-001
SRS-RDM-001
SRS-RDM-002
SRS-RDM-005
SRS-CAT-001
SRS-LRN-009
AC-AUTH-001
AC-RDM-001
AC-RDM-002
AC-RDM-005
AC-CAT-001
AC-LRN-009
Een contextsamenvatting tonen met actieve niveaus, categorieën, oefeningen, collaborators en leerlingen met toegang
REQ-UC-BEH-DOCSUP-002-005SRS-ADM-001
AC-ADM-001
Bij openen van de ondersteuningsweergave geen domeinmutaties uitvoeren
REQ-UC-BEH-DOCSUP-002-006SRS-AUTH-001
SRS-ADM-001
AC-AUTH-001
AC-ADM-001
Onderliggende acties opnieuw tegen de server-side context valideren
REQ-UC-BEH-DOCSUP-002-007SRS-AUTH-001
SRS-TCH-001
SRS-ADM-001
SRS-NFR-SEC-001
AC-AUTH-001
AC-TCH-001
AC-ADM-001
AC-NFR-SEC-001
Ongeldige of verlopen docentcontexten veilig blokkeren