Skip to main content

database-informatie

4. AI-bewerk instructies

Dit hoofdstuk legt de opmaak- en bewerkinstructies vast die gebruikt moeten worden om dit database-document in de toekomst consistent te wijzigen en uit te breiden. De instructies zijn bedoeld om toekomstige AI- of handmatige bewerkingen voorspelbaar te houden en te voorkomen dat lettertypes, groottes, tabelopmaak, witruimte en documentonderdelen onbedoeld van elkaar gaan afwijken.

4.1 Doel van deze instructies​

Deze instructies vormen een praktische leidraad voor toekomstige AI- of handmatige bewerkingen van dit document. Zij zijn bedoeld om consistentie te borgen en aannames over stijl, tabelopmaak, kopjes onder tabellen en witruimte te voorkomen.

4.2 Basisopmaak​

  • Standaardlettertype voor reguliere tekst, bullets, begeleidende teksten en alle tekst buiten tabellen: Aptos.
  • Standaardlettergrootte voor reguliere tekst: 10 pt.
  • Alle tekst binnen tabellen, inclusief tabelinhoud, tabelkoppen en korte waarden zoals PK/FK/Unique/Nullable/Index, gebruikt eveneens lettergrootte 10 pt.
  • Gebruik geen afwijkende lettergroottes zonder expliciete functionele reden.

4.3 Kopstijlen en visuele hiërarchie​

  • Kop 1: Calibri 16 pt, vetgedrukt, donkerblauw accent (#1A6399).
  • Kop 2: Calibri 14 pt, vetgedrukt, donkerblauw accent (#1A6399).
  • Kop 3: Calibri 12 pt, vetgedrukt, lichter blauw accent (#4F81BD).
  • Gebruik bestaande Heading 1, Heading 2 en Heading 3 stijlen; maak geen losse handmatige kopvarianten aan.

4.4 Tabeltypen en kleurgebruik​

Dit document gebruikt twee vaste tabeltypen. De visuele opbouw en kleurtoepassing daarvan blijven consequent door het hele document gelijk.

  • Tabelsamenvatting: lichtblauwe koprij met vulkleur #D9EAF7.
  • Velddefinitietabel: lichtgroene koprij met vulkleur #E8F3E1.
  • Kleurgebruik wordt alleen toegepast in de koprij van deze tabeltypen; overige rijen blijven neutraal en goed leesbaar.
  • Behoud bestaande randopmaak, kolomstructuur en algemene tabeluitlijning; voer geen losse varianten in voor individuele tabellen zonder duidelijke noodzaak.
  • In geval van 2 tabellen onder elkaar, altijd een lege regel ertussen laten.

4.5 Tabellen en tekst in tabellen​

  • Alle tabelheaders zijn vetgedrukt.
  • Alle tekst in tabellen staat op lettergrootte 10.
  • Gebruik in tabellen hetzelfde basistype als in reguliere tekst: Aptos.
  • Wijzig lettertype, lettergrootte, vetgebruik of kleur in tabellen alleen wanneer daar een expliciete en documentbrede reden voor is.

4.6 Bulletlijsten onder tabellen​

  • De kopjes direct boven de bulletlijsten onder tabellen, waaronder minimaal Validaties / constraints, Business rules, Lifecycle / gedrag, Designkeuzes, Foreign keys op databaseniveau, Functionele / logische verwijzingen zonder harde FK en FK + snapshot, zijn vetgedrukt.
  • Ook wanneer later aanvullende categorie-kopjes van hetzelfde type worden toegevoegd, volgen die dezelfde opmaak: Aptos 10 pt en vetgedrukt.
  • De bulletlijsten onder tabellen gebruiken eveneens lettergrootte 10 en behouden de huidige compacte spacing zoals nu zichtbaar in het document.
  • Voeg geen extra lege alinea’s toe tussen zo’n vetgedrukt kopje en de bullets die erop volgen.
  • Voeg ook geen onnodige extra witruimte toe tussen opeenvolgende bullets; de huidige compacte stijl is gewenst omdat deze lijsten vaak voorkomen en het document anders onnodig groot wordt.

4.7 Inhoudsopgave en nummering​

  • De inhoudsopgave hoeft niet handmatig inhoudelijk te worden bijgewerkt als Word deze via de ingebouwde functie of velden zelf kan verversen.
  • Voeg nieuwe hoofdstukken en subhoofdstukken altijd toe op het juiste kopniveau en houd de zichtbare nummering consequent in het hele document.
  • Werk bij structurele wijzigingen ook kruisverwijzingen, hoofdstuknummers in tekst en bijlagenverwijzingen consequent bij.
  • Op het voorblad wordt geen footer en geen paginanummer getoond.
  • Op alle overige pagina’s staat links onder in de footer: OefenHub - Database info.
  • Op alle overige pagina’s staat rechts onder het paginanummer.
  • Wanneer de documentversie wordt verhoogd, moet ook de footertekst worden bijgewerkt naar het actuele versienummer.

4.9 Praktische bewerkregels​

  • Behoud bestaande stijlhiërarchie en wijzig geen kleuren, kopniveaus, tabeltypen of spacing zonder duidelijke noodzaak.
  • Controleer na inhoudelijke wijzigingen altijd de leesbaarheid van tabellen, bulletlijsten, witruimte en paginering.
  • Gebruik dit hoofdstuk als leidraad om toekomstige bewerkingen consistent te houden.