Skip to main content

Traceability

6.1 Doel

Dit hoofdstuk koppelt SRS-domeinen aan FO-hoofdstukken en bronlagen.

6.2 Schermrequirement-traceability

Schermrequirements worden niet één-op-één gedupliceerd als centrale SRS-requirements. De schermdocumentatie behoudt REQ-SCH-*-ankers voor schermspecifieke UI-, veld-, label-, waardelaag- en contextinformatie. De SRS blijft de canonieke bron voor centrale requirementtekst, prioriteit en acceptatiecriteria; de schermdocumentatie verwijst via compacte tracetabellen naar centrale SRS-*- en AC-*-items.

Het schermrequirements-trace-register legt per REQ-SCH-* vast of de regel:

  • al is gedekt door een bestaande centrale requirement of acceptatiecriterium;
  • als schermspecifiek anker in de schermdocumentatie blijft;
  • als promotiekandidaat naar de SRS moet worden beoordeeld of inmiddels via SRS-RDM-* is verwerkt;
  • later als vervallen of dubbel in de schermdocumentatie moet worden opgeschoond.

Promotie naar de SRS gebeurt alleen wanneer een schermrequirement een domeinregel, autorisatiegrens, lifecycle, datamutatie, statusregel, privacyregel, auditverplichting of bron-van-waarheid introduceert die schermoverstijgend of acceptatiekritisch is. Schermspecifieke labels, velden, kolommen, tooltips, layoutcontexten en waardelaagnotities blijven in de schermdocumentatie en worden waar relevant alleen aan bestaande SRS/AC-items gekoppeld.

6.3 Usecase-requirement-traceability

Usecase-afleidingen worden niet één-op-één gedupliceerd als centrale SRS-requirements. De usecases behouden processtappen, pre- en postcondities, alternatieve flows, validatie en datamutaties als procescontext. De SRS blijft de canonieke bron voor centrale requirementtekst, prioriteit en acceptatiecriteria; usecases verwijzen via compacte tracetabellen naar centrale SRS-*- en AC-*-items.

Het usecase-requirements traceability-register legt per usecase-afleiding vast of de regel:

  • al is gedekt door een bestaande centrale requirement of acceptatiecriterium;
  • als usecase-specifieke procescontext in de usecase blijft;
  • als promotiekandidaat naar de SRS moet worden beoordeeld;
  • later als vervallen of dubbel in de usecase of matrix moet worden opgeschoond.

Promotie naar de SRS gebeurt alleen wanneer een usecase-afleiding een domeinregel, autorisatiegrens, lifecycle, datamutatie, statusregel, privacyregel, auditverplichting of bron-van-waarheid introduceert die procesoverstijgend of acceptatiekritisch is. Processtappen, schermroutes, lokale uitzonderingspaden, afbakeningszinnen en herhalingen van bestaande SRS-eisen blijven in de usecase en worden waar relevant alleen aan bestaande SRS/AC-items gekoppeld.

6.4 Oefenmodule-requirement-traceability

Oefenmodule-eisen worden niet één-op-één toegevoegd aan de centrale requirementindex. De centrale SRS blijft leidend voor generieke producteisen, prioriteiten en acceptatiecriteria. Module-eisen krijgen wel een eigen traceerbare plek, omdat zij het contract vormen voor uitbreidbare technische oefenmodules en voor concrete module-implementaties.

Het oefenmodule-eisenregister legt per REQ-SCH-MOD-* vast of de eis een generieke moduleplatform-eis, modulecontract-eis, toepassing van het platformcontract of concrete module-eis is. Het register koppelt deze eisen aan bestaande centrale SRS-*- en AC-*-items en maakt zichtbaar welke onderdelen bij nieuwe moduleontwikkeling opnieuw gevolgd moeten worden.

Promotie naar een nieuwe centrale SRS-requirement is alleen nodig wanneer een module-eis een generieke regel introduceert die voor alle modules, de engine, autorisatie, opslag, resultaten, PDF-export of live meekijken geldt en nog niet door bestaande centrale SRS/AC-items wordt gedekt. Concrete module-eisen blijven in de moduledocumentatie en het module-eisenregister.

6.5 Domeintraceability

SRS-prefixPrimair FO-hoofdstukAanvullende bronnenVervolg voor traceability
SRS-AUTHRollen, context en autorisatieFO-19, autorisatiematrix, usecase-traceUsecase-afleidingen zijn gekoppeld aan bestaande SRS/AC-items.
SRS-ACCAccount, profiel en voorkeurenGenerieke accountusecases, database-identiteitKoppel profiel- en provisioningusecases expliciet.
SRS-RELRelatiebeheerFO-usecase-index, database-relatiebeheerControleer uitnodiging-, acceptatie- en ontkoppelcriteria.
SRS-CATOefencatalogusDocentusecases, database-docentstructuurWerk teller/readmodelcriteria later uit.
SRS-LRNLeerling oefenenLeerlingusecases, module-documentatieFoutscenario’s per run-lifecycle aanvullen.
SRS-SHRGedeelde oefeningenBerichten, database-oefenrunsSharedExercise-routering is verwerkt.
SRS-TCHDocentfunctionaliteitDocentusecases, schermdocumentatieScherm-ID’s later koppelen waar acties zichtbaar zijn.
SRS-GUAOuder-/voogdfunctionaliteitOuder-/voogdusecases, live meekijkenRead-only-criteria behouden.
SRS-ADMBeheerderfunctionaliteitBeheerderusecases, audit, beheerlogsAudit- en supportacties verder specificeren.
SRS-MSGBerichten, communicatie en notificatiesDatabase-communicatie, popup/templatesRetentie en participantzichtbaarheid blijven leidend.
SRS-TICMeldingen en ticketafhandelingTicketusecases, database-ticketbeheerAlternatieve flows rond sluiten/heropenen aanvullen.
SRS-LIVELive meekijkenlive-meekijken-usecases, SignalR-contextReconnect/stale-state is meetbaar in de Software Requirements Specification; technische uitwerking staat in Technisch Ontwerp: realtime live meekijken.
SRS-CNTContentbeheerContentbeheerusecases, schermdocumentatieContactformulier blijft scopebesluit.
SRS-POPPopups, templates, features en systeemnotificatiesPopupregister, popup-themesPlaceholder- en popupkeycontrole later uitvoeren.
SRS-PDFPDF-exportResultaatusecases, QuestPDF-contextRenderfouten en moduleweergave later concreter testen.
SRS-MODOefenmodulesOefenmodule-documentatieSchemaVersion- en fallbackcriteria per module aanvullen.
SRS-RDMFrontpages en overzichtsschermenSchermlaag en UX-specificaties, Functionele beslisregels, schermrequirements-trace-register, readmodel- en tellerdefinitiesConcrete functionele tellerdefinities en meetbare NFR-grenzen zijn verwerkt; technische query-, cache- en materialisatieaanpak staat in Technisch Ontwerp: readmodels, tellers, badges, caching en materialisatie.
SRS-ARCHFunctionele architectuurcontextC4-architectuurdocumentatieTechnische afstemming staat in Technisch Ontwerp: architectuuroverzicht en solution-opbouw en Technisch Ontwerp: applicatielagen, projectstructuur en dependency-richting.
SRS-NFRFunctionele beslisregelsFO-20, readmodel- en tellerdefinities, NFR-meetwaarden, Technisch Ontwerp, SRS-reviewReadmodelmeetwaarden en aanvullende SRS-grenzen voor toegankelijkheid, PDF, realtime herstel, logging, auditinzage en dependency-fallback zijn toegevoegd; infrastructuur-SLO’s en technische meetinrichting blijven Technisch Ontwerp of beleid.

6.6 Requirementdekking

AspectRegel
FO-bronIedere requirement heeft minimaal één FO-bron.
UsecasebronRequirementachtige usecase-afleidingen zijn verwerkt in het usecase-requirements traceability-register.
SchermbronRequirements met zichtbaar gedrag krijgen waar nodig een scherm-ID of schermdocumentverwijzing.
AcceptatiecriteriumIedere Must-requirement heeft minimaal één acceptatiecriterium om als vastgesteld onderdeel van de baseline te gelden.
NFR-meetwaardeNiet-functionele eisen verwijzen waar mogelijk naar het NFR-meetwaardenregister; technische meetinrichting blijft Technisch Ontwerp of beheerbeleid.

6.7 Dekkingsoverzicht

CategorieAantal
Functionele requirements124
Niet-functionele requirements26
Must116
Should34
Could0
Won't0

6.8 Verdieping van lifecycle-, privacy- en realtimegrenzen

De traceability maakt lifecycle-, fout-, privacy-, beheer- en realtimegrenzen expliciet als centrale requirements. De bronverwijzingen blijven gekoppeld aan het actuele Functioneel Ontwerp, usecases en schermdocumentatie zonder documentversies in de inhoud te dupliceren.

6.9 Readmodelverdieping

Schermrequirement-promotiekandidaten die tellers, samenvattingswaarden, badges en readmodels betreffen zijn gebundeld in SRS-RDM-*. Daardoor bevat de centrale SRS de normatieve regels en behoudt de schermdocumentatie alleen schermspecifieke ankers en context.

6.10 Schermdocumentatie-trace

De schermdocumentatie gebruikt tracetabellen met Schermrequirement, Dekt en Schermcontext. De normatieve eis en acceptatiecriteria blijven centraal in de SRS staan.

6.11 Usecase-trace

Usecase-afleidingen worden gekoppeld via SRS/AC-trace en vormen geen tweede normatieve requirementlaag. Het usecase-requirements traceability-register legt de volledige koppeling vast.

6.12 Readmodel- en tellerdefinities

Het readmodel- en tellerdefinitieregister concretiseert de SRS-RDM-* requirements. Per zichtbare teller, badge, samenvatting of readmodel ligt vast wat functioneel meetelt, wat wordt uitgesloten en welke context de waarde begrenst. Het register verdiept bestaande SRS/AC-items en laat technische queryvorm, indexering, caching en materialisatie aan Technisch Ontwerp: readmodels, tellers, badges, caching en materialisatie.

6.13 Readmodel-NFR-grenzen

SRS-NFR-RDM-* legt readmodelactualiteit, autorisatiegrenzen, tellerconsistentie, veilige fallback en gebruikersgerichte responstijd vast. De SRS bepaalt wat een waarde betekent en hoe betrouwbaar deze zich voor gebruikers moet gedragen; het Technisch Ontwerp bepaalt hoe die grens technisch wordt gerealiseerd.

6.14 NFR-meetwaarden

Het NFR-meetwaardenregister bundelt meetbare grenzen voor bestaande niet-functionele requirements en acceptatiecriteria. Er worden geen extra SRS- of AC-ID’s geïntroduceerd; de trace blijft gekoppeld aan de bestaande NFR-set en aan de bestaande requirementindex.